Santiago de Compostela - Lionel Vandooren & Roland Cleenewerck PDF Afdrukken E-mail

 TE VOET NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA 

Jozef     0666     0466

Jozef (Jefke)                             Roland Cleenewerck & Lionel Vandooren

Woensdag  1 juli 2009

0010a   0031

 

De verrassing was groot toen we aan de St-Jan-kerk aankwamen in Poperinge. Na twee jaar voorbereiding was eindelijk de start van onze trektocht gekomen. Veel vrienden en kennissen waren aanwezig om ons uit te wuiven en de korte dienst bij te wonen. Iedereen begroette ons en sommige wandelden nog een heel eind mee. We vertrokken richting Abele dan naar Goddewaertsvelde waar Jantje, Jean- Pierre en Willy ons adieu wensten. Daarna ging het richting Caëstre. Toen liep het een beetje mis: Caëstre was plotseling Flétre geworden. Dan maar van Flétre naar Caëstre waar we het middagmaal namen in het 'café tabac' en nog een verjaardagspintje dronken van Lionel. Vrouw Nelly en vriendin Denise volgden ons moedig mee met de wagen. Daar verlieten wij Raymonde, Dirk, Roland en Lucrése in Caëstre en gingen verder richting Hazebrouck. En daar wachtten Nelly en Denise ons al weer op. Van Hazebrouck ging het vervolgens naar Morbecq, och! Daar stond Gilbert en vriend ons op te wachten met de fiets.

 

Na iets met hen gedronken te hebben zijn Nelly en Denise gaan kijken waar de camping Paradisio was die Gilbert ons aangewezen had. Na ons tentje opgezet te hebben, trakteerde Nelly nog met koffie, en zijn ze samen naar huis gereden.

Zo, dat was een beetje het relaas van onze eerste dag.

 

 Donderdag 2 juli 2009

  2_juli_-_1   2_juli_-_2

 

Vanmorgen om 6u00 opgestaan. Toen we buiten keken was het nogal mistig, maar de zon was er veel vroeger bij dan gisteren. Om 7u00 waren we vertrokken richting Haverbecque tot in St. Venand, waar we onze voorraad eten kochten en waar we een 'café tabac' bezochten.

 

De zon gaf goed van jetje en aan Canal Aire had Jozef plots een appelflauwte en dacht hij ermee te kappen. Maar na wat praten, ging het al wat beter. Dan zijn we verder getrokken naar Busnes waar we terug een 'café tabac' zijn binnen gegaan om wat te eten en om ons lauw water te verversen.

 

Na het verlaten van Busnes moest Jozef even stoppen en hij legde hem neer in het gras. Roland heeft hem dan wat ademhalings-oefeningen aangeleerd en na een half uurtje ging het alweer wat beter. In Lillers hebben we niet gestopt, we trokken direct door naar Burbure. Daar aangekomen lesten we onze dorst, want de thermometer sprak daar van 31°C! Pfff... Warm, warm, warm...

 

In St. Rene Cauchy stelde Roland voor om nog iets te eten met een goeie tas koffie en zo kwamen we terug op krachten. Vanaf Lillers bleef de baan maar stijgen tot in Pernes. Daar aangekomen, besloten we om slaaping te zoeken.

We hadden geluk! Bij de tweede vraag bood iemand ons zijn tuin aan waar we onze tentjes mochten opzetten. Deze dag in 1 woord samengevat: PFFFF... WARM... Om 22u30 tot rond 2u30 werden we in ons tentje nog getrakteerd met vuurwerk, felle windstoten en massa's regen!

 

Vrijdag 3 juli 2009

0067   0074  

 

Na een helse nacht, hebben we toch nog enkele uurtjes (van 2u30 tot 5u30) kunnen slapen in ons bibberend tentje. Om 7u00 kochten we in Pernes en Artois een broodje en wat paté. Via Pressy trokken we naar Tangry (Pfff, wat ligt dat hoog!) en van daaruit stapten we door naar Hestrus. Daar besloten we om verder naar Saint-Pol-sur-Ternoise te gaan, omdat het een mooi parcour is, en om zo geen grote stad aan te doen. Richting Warrang verder naar Piremont: allemaal heel kleine dorpjes en gehuchtjes, weliswaar zonder café!  

 

In Beauvois besloten we aan te kloppen om een kopje koffie te vragen voor bij ons eten. De derde maal was het raak en hoe! Het boertje bood ons brood aan, verplichtte ons om sla met nieuwe patatjes in de schil te eten en daarna nog rode wijn te drinken. En praten dat die man kon! Toen volgde nog ons langverwachte koffietje. Met heel veel bla bla namen we afscheid van dit sympathieke boertje!

 

In Linpeux, 5 km verderop, tankten we onze waterflesjes vol bij een hele lieve dame. Daarna gingen we naar Blanchermont, voortdurend op en af (we waanden ons op een 100 km Welkenraedt)! Vervolgens stapten we naar Monchel-sur-Canche en daar vonden we om 16u00 ons eerste cafeetje van de dag, oef! Verder passeerden we een forellenkwekerij tot in Rougefay (zonder café), terend op ons water. Richting Buire-au-Bois zochten we een slaapplaats. Bij het gemeentehuis was het van de eerste maal raak. We mochten ons tentje opslaan aan de overkant van de kerk.

        

We zitten op 7 km van Auxi-le-Chateau waar we morgen onze voorraad eten kunnen opslaan. Nu kruipen we moe, maar tevreden in onze tent!

 

Zaterdag 4 juli 2009

0092   0089

 

Vanmorgen om 5u30 ging het alarm af van de gsm. De zon was er weer vroeg bij. En het was nog steeds een golvend parcours. In Aux-le-Chateaux vonden we ons eten voor de dag en dronken we een 'grote koffie'. Daarna wandelden we door marktkraampjes waar Roland een stuk saucisson en Jozef twee nectarines kochten. Vervolgens wachtte een fameus klimmetje van enkele kilometers. Jef vloekte voor de eerste keer, hij had zijn hoedje laten liggen in het 'café tabac'.

 

Roland gidste ons langs allerlei kleine weggetjes en... warempel het werd een dreef! Op het einde van de dreef stonden we voor de departementspaal Pas-de-Calais en De Somme.

 

Richting Maricourt, verder richting Domléger, kregen we dorst, maar helaas was er geen café. We moesten uitwijken naar Cramont. Daar was het enige café in een straal van 10km!

 

In Domqaeur had Jefke een steen in zijn schoen. Tijdens het wachten zakten Lionel en Roland in het asfalt: heet! Bij Gorenflos, iets verderop, stonden er grote bomen en namen we een repos van een half uur in de schaduw. Uitblazen maar!

Verder naar Burcamps en na enkele kleine gehuchtjes kwamen we aan in Bouchon. Pfff, nog altijd geen café. Dan maar verder stappen naar l' Etoile. Daar vonden we eindelijk een cafeetje waar ze ons meteen ook een slaapplaats toonden: een straatje omhoog voor het café, in een wei bij het kerkhof, konden we ons tentje neerplanten. De dag was goed geweest... en warm!

 

Zondag 5 juli 2009

0120   0127

 

Om 7u00 zijn we vertrokken uit l' Etoile. Bij het binnenkomen van Condé-folie zagen we onmiddellijk een 'café tabac', goed voor elk twee koffie's! Maar wat zat er in die koffie? Wat hebben we moeten zoeken om de juiste weg te vinden! Uiteindelijk kwamen we terecht in een braderij, waar Jef de kans schoon zag om een pet te kopen. Bij de buitenstaande bakker kochten we ons brood voor de rest van de dag. Bij het binnenkomen van Airaine, bijna 12 km verder, zagen we een restaurantje. We vroegen of we een (Franse) spaghetti konden eten: eerst kon het niet, maar na het drinken van een pils was het toch goed.

 

Ietsje verder gingen we een boucherie binnen en kochten we ons elk een stuk gerookte worst. Toen trokken we verder richting Métergmy. Daar aangekomen volgden we een piepklein baantje langs Etréjust, Avenes-Chuosseu, kilometers ver. Maar daar liep het even mis! We moesten terugkeren, want we waren in het verkeerde dorp gearriveerd! Pff, weer die helling omhoog tot in Dromesnil. Een echt spookdorp: allemaal lemen schuren die aan het vervallen waren.

 

Na dit dorp waren we terug even verkeerd, maar we konden ons pad terugvinden recht naar Liomer. Daar besloten we te slapen. We stapten een 'café tabac' met winkeltje binnen en al gauw kon een klant ons een slaapplaats toewijzen. Wat een geluk alweer!

 

Kortom: Warm, zwaar en een zeer golvend parcours!

 

Maandag 6 Juli 2009

0141   0151

 

Vandaag een grote flater begaan, nog voor het wandelen. We hebben gewacht tot 7u30 om aan te zetten, zodat we nog een koffie konden drinken in de 'café-tabac'. Maar daardoor hebben we veel tijd verloren. Enfin, het eerste dorp dat we tegenkwamen was Leabersiér-Saint-Martin: een kerk en drie huizen. We volgden verder de D178 tot we Aumale voor ons zagen: Wauw! We bezochten er de boulangerie én boucherie om onze voorraad op te slaan. Bijna 'trippenworst' gekocht! Ook nuttigden we er nog een koffie.

 

Dan maar verder getrokken. Jozef spartelde al enkele dagen met zijn rugzak, blijkbaar is deze niet af te stellen op hem. Daarom kocht de zoon van Jef een nieuwe en beloofde om hem 's avonds achter te brengen (wat een pracht van een zoon!).

 

Verder Haudrecourt gepasseerd... Maar plots kwamen wel erg donkere wolken tevoorschijn aan de hemel. Vlug deden we onze regenkledij aan en maar goed ook, want een fikse bui daalde neer.

 

Gelukkig konden we drie kwartier schuilen in een paardenrijschool. Daarna verder door Conteville. We waren aan het zoeken op de kaart waar we in de volgende dorpen zouden kunnen slapen. Een dame kwam helpen en wist ons te zeggen dat er op onze route niets te vinden zou zijn. We volgden de raad van de dame op en weken uit naar Gaillefontaine: geen omweg maar wel een grote flater! Ook daar vonden we immers niks om te overnachten en dus besloten we maar om door te trekken. Net buiten de bebouwde kom vroegen aan een boer waar we konden overnachten. We mochten in de wei boven op de heuvel of in zijn hofstede 2 km terug slapen. We kozen ervoor om terug te keren aangezien het enorm waaide en de wolken niet echt rooskleurig keken: we ruilden ons tentje in voor een koeienstal!

 

Zoals beloofd kwam Filip nog met de nieuwe rugzak voor Jef.

Slaapwel, ons liedje is uitgezongen!

 

Dinsdag 7 juli 2009

  0164   0165

 

Om 5u30 zijn we opgestaan, een half uur later dan voorzien daar het alarm van de gsm het niet deed. Omdat we ons tentje niet moesten afbreken, konden we om 6u15 al vertrekken. We moesten terug richting Gaillefontaine, daarna gingen we richting Serqeuse waar we een boucherie binnengingen en ons wat voorraad kochten. Op naar Forges-les-cause, maar de bakkerij lag 2 km buiten ons parkoer. Jozef bleef achter, om op de rugzakken te passen, terwijl wij achter het brood gingen. Daarna volgden we de smalle baantjes naar Arguille die tergend lang leken daar het tempo van Jef fel gezakt was. Zijn heup speelde hem parten.

 

In Arguille vonden we een hotel-brasserie waar we vroegen of we er ons brood mochten opeten als we er iets dronken. Dat mocht en we kregen zelfs nog Spirelli met kaas en ketchup én 4 bananen. En dat allemaal gratis!

Terug buiten stond heel wat regen, maar ook een parkoer die verre van plat was, op ons te wachten. Jefke vloekte, sputterde, probeerde op allerlei manieren om vooruit te geraken maar het lukte hem niet. De heupklachten waren te groot en hij besloot te stoppen.

 

Een paar 100 meter verder vonden we een camping in Nolléval  en daar brachten we de laatste uurtjes door met zijn drieën. Daarna kwamen vrouwlief en zoon Jef ophalen. Jammer genoeg, afscheid van Jefke...

 

Ja, Jozef: we hebben je gemist!


Woensdag 8 Juli 2009

  0169   0171

 

Goed geslapen vannacht met een beetje regen op ons tentje. Vroeg weg want het was een lange afstand naar Les Andelys, daar we vroeg moesten aankomen om onze was te doen. Na de eerste klim keek Roland om uit gewoonte en vond Jefke niet! We misten onze dappere vriend wel een beetje.

 

We genoten van de vergezichten tot een donkere wolk met onze voeten speelde: regenmantel aan voor niets! Zo verder naar Ecouis. In de verte zagen we 2 hoge torens: hopelijk moeten we daar niet naar toe! Maar na een paar haarspeldbochten stond hij toch pal voor onze neus: een mooie grote kerk. Het was Ecouis. Prachtig dorpje! Eerst een paar foto's genomen van de kerk en dan naar Café-Tabac.

 

Vriendelijke bazin in het café waar we een 'grote koffie' dronken met onze boterhammetjes. De bazin was verwonderd over het aantal kilometers dat we al hadden afgelegd en controleerde het met haar pc. Het klopte op een haar na: 231 kilometer. Verder stelden ze er ons nog wat vragen over onze tocht, terwijl de bazin uitrekende hoeveel kilometer het nog was naar Santiago de Compostela.

 

Daarna was het nog 9 km tot Les Andelys langs een tamelijk drukke baan. In Les Andelys hebben we de was en de plas gedaan in de plaatselijke 'laverie'.

 

Daarna iets gaan eten: voorpla, pla, en dessert voor 11€. Goedkoop!

 

Vervolgens vlug verder naar de camping, want de tijd begon te dringen. We verschoten ons bijna een bult aan de receptie: 20 € voor 1 nacht. Dat was iets minder! Anderzijds wel een heel mooie camping... Slaapwel!


Donderdag 9 Juli 2009

  0193   0195

 

Bij het opstaan vanmorgen hadden we een zeer natte tent. Door de dauw. Niet verwonderlijk, want we lagen aan de oever van de Seine. Omdat we een eind moesten terug keren om ons normaal parcours te doen (bijna 2 km) besloten we een ander traject te volgen, via Bouaffles naar Courcelles-sur-Seine. In Port-Mort krabden we ons even serieus in de haren door een misleidende wegwijzer. Onze kaart maakte ons ook al niet veel wijzer. Gelukkig schoot een tuinman ons te hulp en vertelde ons dat er een klein straatje aan de oever van de Seine tot in Veronette liep, dat na een poosje in een dreef uitliep. Dat moest hij ons natuurlijk geen twee keer zeggen!

 

Zo wat half weg tussen Port-Mort en Vernon zagen we twee vliegtuigen contact maken om te bevoorraden in de lucht, iets heel speciaals. In Veronette gingen we de Seine over. Het prachtig tolhuisje van vroeger en de kerk van Vernon op de foto gezet:

Vernon binnen, de eerste café-Tabac binnen: dorst.

 

Daarna zoeken naar een beenhouwerij: noppes! alles gesloten! Dan maar een soort  Delaize. Lionel kwam er buiten met twee rauwe worsten die normaal eerst moesten gebakken worden... Miljaar, nu de weg terugvinden. Uiteindelijk toch gelukt. Na Vernon een zware klim tot bijna in Blaru, mooi dorpje. Verder naar Chaufour-les-Bonnières waar Villegats, ons beoogde eindpunt, in zicht was.

 

Jawadde! Bijna allemaal ingesloten huizen, eerst moet je een grote poort binnen voor je iemand kan bereiken. Na een klein beetje zoekwerk, hebben we ons tentje opgeslagen naast het stadhuis op een hoekje met gras.

En daarna... Nog een glas water gedronken bij gebrek aan!!!!!!!!!!!

 

Vrijdag 10 juli 2009

0205   10_juli

 

Goed geslapen vannacht, rustige plaats en droog, al had het geregend. Boterhammetjes met water en toespijs geknabbeld en weg waren we. Richting St-Chéron, verder naar Breuilpont: slagerij, bakkerij en Café-Tabac op dezelfde hoek. Deze keer niet zoeken: wat een geluk!

 

Een kilometer en half verder staken we de rivier l' Eure over. Daarna richting Epieds: verdorie wat ligt dat hoog! Verder, nabij Bousserey, aten we onze boterhammen - of beter gezegd onze 'pain-flute' - op bij een visput. Lionel knabbelde gruyere kaas met zijn brood en toen hij een beetje verder  de rood-witte de streepjes van een GR pad zag zei hij: "Ik heb al veel gruyere-paden gezien." Wat een verspreking! Hij kon er wel om lachen.

 

Ondertussen kregen we dorst. Iemand vertelde ons dat er in L' Habit een café tabac was, maar dat was langs onze neus! Dat was 2.5 km verder stappen, in Bois-le-Roi. De opluchting was groot toen we er aankwamen: eindelijk eens iets anders dan water!

 

Daarna trokken we verder naar Illiers-l'Evêque. Daar trokken we een auberge binnen, laadden onze batterijen op (deze van de gsm natuurlijk!) en aten nog wat brood. Het was echter nog te vroeg om te stoppen. Daarom trokken we verder naar Les Grès, ons beoogde stopplaats. Al gauw vonden we er een geschikt plaatsje langs een oprit in het gras. Na het tentje opgezet te hebben, maakten we ons dagelijks verslag (10de dag)

 

Slaapwel!! 

Zaterdag 11 Juli 2009

0217   0216

 

Opgestaan, vandaag was het sanitair niet opperbest: geen water om ons te wassen. Dan maar zo gestart, hopend dat we een riviertje zouden tegenkomen. Na 7 km Nonancourt binnen: prachtig stadje. Bovendien vonden we er een café tabac voor onze dagelijkse koffie met brood. De nodige voorraad opgedaan.

 

Een eindje verder in stad staken we een rivier over met helder water maar het was daar een beetje te druk om ons te wassen: dan maar stinkend verder zweten. Zo verder langs veel kleine baantjes en dorpjes niets te vinden. Sommige dorpjes enkel muren en poorten, muisstil.

 

Net voor St-Ange een snel stromend riviertje met grote stenen, zodat we makkelijk bij het water konden. Oh, wat was dat zalig! In Torçay vroegen we iemand of er iets te drinken viel in de streek: als we ons parcour volgden kilometers en kilomters niets! Drinken die Fransen dan nooit?!

 

We weken dan maar van ons parcour af naar Châtauneuf-en-Thymerais, een stadje van 2700 zielen. Daar probeerden we een warme maaltijd te bemachtigen, maar we waren te vroeg en zouden moeten wachten tot 19.00uur. Dan maar weer onze vertrouwde pain-flute in een café-tabac om vervolgens verder te trekken en een rustig plaatsje te zoeken om onze tent op te slaan.

 

Na enig zoeken kregen we een ingang van een verwilderde tuin toegewezen even weg van de baan in Le Petit Hanche.

 

Slaap zacht!

 

PS : Parcours minder heuvelend maar erg glooiend. Koolzaad zo ver je kijken kan.

 

Zondag 12 Juli 2009

0235   0220

 

We dachten een goede rustplaats te hebben gevonden maar dat was niet zo. 'De jeugd' had een feestje georganiseerd aan de overkant van de straat in een hoeve. Het feest duurde van 22.00uur tot 3.30uur in de morgen. Auto's reden al toeterend af en aan en de rest was "Boem! Boem!" Weg nachtrust...

 

's Morgens ons overslapen. GSM alarmklok werkte niet: platte batterij. Opgestaan, tentje opgekraamd, gegeten en toen plots: weg zon. Het begon te regenen. We dachten meteen dat het voor de ganse dag zou zijn en vertrokken richting St-Aroult-des-Bois. En om onze pechdag compleet te maken was ook de café-tabac dicht: geen koffie!

 

Dan maar verder naar Courville-sur-Eure, waar we wel onze benodigdheden vonden.

 

Na een zoektochtje vonden we toch een restaurantje dat open was op zondag. We waren de enige klanten. Eindelijk eens een deftige maaltijd, mét dessert en niet duur. We boften want naar we hoorden was er verder niks meer te vinden op onze route. En inderdaad, toen we verder gingen (zonder te dromen van een 'grote koffie') kwamen we alleen maar koolzaad, koolzaad, koolzaad, koolzaad, tarwe, tarwe en nog eens   

 tarwe tegen!

 

In Magny zochten we een slaapplaats maar vonden niets, dus besloten we verder te trekken. De mannen van het eerste aangeklopte adres kwamen ons echter achterna met de wagen en boden ons een slaapplaats aan in hun tuin. Een aanbod dat we zonder twijfelen aannamen. Wat een prachtige plaats! De heer des huiszes bood ons direct een fris pintje aan, wat we niet afsloegen. En we mochten zelfs douchen. Daarna trokken we ons terug in de tent en aten onze pain flute op. Op voorstel van de gastheer dronken we een aperitief mee: dat smaakte wel! Het aanbod voor het avondeten hebben we niet aangenomen. In plaats daarvan trokken we ons terug in onze tent om dit verslagje te schrijven.

 

Philippe bleef dringen om toch maar een kotelet van de BBQ mee te eten en het zou onbeleefd geweest zijn dit te weigeren. Tijdens het eten stelde hij voor om ons morgen Chartres, met zijn mooie kathedraal, te laten bezichtigen.

 

Een wijntje of twee drie later kenden we geen enkele moeite om de slaap te vinden.

 

Slaap zacht.


Maandag 13 Juli 2009

0246   0266

 

Daar we het aangenomen hadden om mee te gaan, konden we eens lang en goed uitslapen. Dus namen we een rustdag. We waren om 10.30uur op de koffietafel uitgenodigd, maar van de koffie kwam een aperitief en verder een middagmaal dat we niet mochten afslaan. Roland kon het niet laten om eens mee te springen op de trampoline.

 

Om 14.00uur vertrokken we naar Chartres met gans het gezin. Wat een kathedraal! Effen af prachtig en oud. Chartres is zeker de moeite om te bezoeken. We hebben het ons niet beklaagd dat we een rustdag inlasten en dit aanbod aangenomen hebben. Bovendien hadden we aan Philippe een goede gids.

 

Rond 19.10uur terug thuis in Mangy. Als dank voor al die pracht wilden ze niets aanvaarden, zelfs geen ijsje. Wat we heel ambetant vonden. Na de uitstap trokken we ons terug in onze tentjes, maar niet voor lang want ze kwamen ons opnieuw halen: we móesten een heel lekkere omelet gaan eten.

 

Als kers op de taart volgde daarna nog vuurwerk op een drietal verschillende plaatsen. Prachtig! Die fransen kennen wat van vuurwerk. Terug thuis om 0.30uur. Daarna vlug onder de wol gekropen.


Dinsdag 14 Juli 2009

0331   0337  

 

Vroeg uit de veren. De gastheer en vrouw waren ook al op, en lieten ons niet vertrekken zonder een goeie kop koffie. Ze hebben ons uitgewuifd tot we uit het zicht waren (en wij ook). Jammer genoeg geen foto van genomen...

 

We stapten richting Illiers-Combray, langs nog meer... koolzaad en tarwe! Daar aangekomen vonden we onze dagelijkse koffie en een baguette; genoeg voor de rest van de dag. Ook het zonnetje was er vroeg bij. Onze weg liep verder langs kleine gehuchtjes, naar Brou. Omdat we er na twaalven aankwamen was alles gesloten en aten we ons middagmaal op de trappen van de kerk: baguette en toespijs met 'vogelwijn'.

 

Het was warm maar veel wind. We wandelden in stilte verder tot onze rust plots werd verstoord door een ree die voor onze neus over straat huppelde. We wisten direct weer over wat praten! De rest van de route was eentonig lang tot in Arrau:  koolzaad, tarwe, koolzaad, tarwe en nu en dan enkele pikdorsers. Maar we moesten dat stuk nu eenmaal doen.

  

In Arrau een camping gevonden: 'Ohhh!' Lekker kunnen douchen. Naast de camping, in het park was er een jongerenfeest aan de gang. Wij zijn iets gaan drinken en rustten wat uit op een bank bij de vijver waar verscheidene jonge gasten aan het zwemmen waren.

 

Daarna ons tentje in en dodo!

 

Woensdag 15 Juli 2009

  0348   0346

 

Vóór iedereen zijn ogen opentrok op de camping waren wij al lang weg. We kregen direct een flinke helling voorgeschoteld, richting le Poislay. In Droué geen 'grand café' te vinden en bakkerij gesloten. Toen we plots een dame met baguettes over straat zagen wandelen, snelden we op haar af. Ze wist ons te vertellen dat er op 150 meter van onze baan af een klein warenhuisje was. Daar kochten we een beetje fruit en wat toespijs voor bij de baguettes. Dat aten we op, op een bank in het park. Ondertussen werd het parcours heuvelachtiger en meer bebost: veel prettiger om wandelen.

 

Om 12uur stapten we la Chapelle-Vicomtesse binnen. Wat een geluk: recht op een restaurant én op een goed uur. Verheugd op een warme maaltijd stapten we binnen, maar onze goesting was rap gesmoord. Want we konden er niets krijgen. Maaltijden moesten er op voorhand besteld zijn! Een 'grote koffie' kon wel, en we mochten er van ons eigen brood eten. Enkele minuten later kwamen enkele werkmannen binnen die wel iets besteld hadden. Hun warme geurende schotels passeerden onze neus terwijl wij met het water in de mond toekeken, en dat hadden we al overvloedig gedronken!

 

Na een ijsje (dat hadden ze dan wel) verder naar Romilly: ook niks open! Dan maar door naar Danzé. Onderweg wandelde een ree parmantig voor ons uit om pas na een poosje weer in de struiken te verdwijnen. In Danzé troffen we onmiddellijk parasols met stoeltjes (oef!) en eindelijk ook iets anders dan water om te drinken.

 

Vanuit Danzé was het nog 6 kilometer naar Azé. We dachten daar een camping te vinden, maar niks van! De camping was enkel voor mobilhomes en caravans op asfalt: geen plaats voor tentjes. Daarom pootten we onze tenten maar op een pleintje naast een voetbalveld waar we ons wasten aan een waterkraantje. Zittend op een bank schreven we ons verslag.

 

Lionel ontdekte dat zijn vloeibare zeep helemaal uit zijn verpakking was uitgelopen. Overal rond in zijn toiletzak, een grote plakboel: wassen geblazen!

 

Slaap wel.

  

Donderdag  16 Juli 2009

16_juli   0367

 

Ons tentje open. Brrrr! Frisjes vandaag. Bakker en beenhouwer waren nog gesloten. Hopen maar dat we verder nog iets zouden vinden. We begonnen met een steile klim. Na een paar km wandelen zagen we twee reeën die ons lieflijk aanstaarden. Roland wilde ze fotograferen maar dat stelden ze niet op prijs en verdwenen in een maïsveldje.

 

In Villers-sur-Loir vroegen we de weg aan een jonge dame die ons in het Vlaams antwoordde, en zo vonden we vlug een bakker. In de plaatselijke café Tabac hadden ze geen goesting om te werken. Daar ging onze koffie! Dan maar op de bank brood geknabbeld met water. En daarna verder naar Naveil, niks te vinden. De zon was heel vroeg van de partij en gaf al van 's morgens vroeg flink van jetje. De afkoelende wind was in staking, denk ik. Puffend en blazend naar Villiersfaux, waar we een plekje schaduw op een bank bij de kerk vonden om te eten. Na het eten was onze voorraad water uit. Toevallig zagen we een vrouw op een grasmachine. We vroegen haar om hulp en zo konden we onze voorraad water bij tanken.

 

Verder puffen naar Ambloy, smachtend naar een eerste koffie, maar ook daar  niks. Ondertussen scheen de zon schroeiend hard en ook de bosjes waren ons niet goed gezind want ze stonden altijd aan de verkeerde kant van de weg. Voorbij Prunay-Cassereau, ter hoogte van Villechauve nog altijd geen koffie en ook geen pintje.

 

Op ons eindpunt - Saunay - vingen we ook bot. Zelfs geen winkeltje! Wel vonden we er een voetbalveld voor ons tentje, met een kraantje om ons te wassen.

 

Oef! Het is vandaag een enorme zware dag geweest.

  

Vrijdag  17 Juli  2009

0380   0381  

 

Het was heel vroeg morgen. We zijn een uur vroeger vertrokken dan gewoonlijk. Saunay lag nog in een diepe slaap. Zelfs toen we Moran bereikten was  het nog vroeg. Op het eerste zicht leek het plaatselijke bar-restaurantje gesloten, maar toen we van dichterbij gingen kijken zagen we dat het toch al open was. Meer nog, de eigenaar had werkelijk alles: stokbrood, camembert en goeie 'grote koffies'.

 

Daarna verder naar Autrèche, en Montreuil-en- Tauraine, waar we gelukkig een café tabac vonden want het begon te plenzen.

 

Na de koffie naar St-Ouen-les-Vignes en verder tot in Amboise. Daar staken we de brug van de Loire over, met voor ons een prachtig kasteel. Plots stonden we tussen allemaal toeristen en vonden niemand die ons de weg naar een 'laverie' kon wijzen. Uiteindelijk een patisserie binnengestapt (taartje met koffie besteld!) en de winkeljuffrouw wees ons vriendelijk de weg naar de wasserette. Roland trok er alles uit, met uitzondering van zijn marcelleke en een lichte short om alles te kunnen wassen. Na het drogen alles opgeplooid en weer 'en route'.

 

Even moeten zoeken om de stad te verlaten, richting St-Martin le Beau. En ondertussen moesten we opnieuw onze regenkledij bovenhalen: een dondervlaag van jewelste! We zijn het bos ingelopen om te schuilen tegen een dikke boom. Dat bos bleek achteraf maarliefst 5 km lang, bijna tot in St-Martin le Beau. Altijd rechtdoor, de rivier de Cher over en daarna nog wat klimwerk.

 

Zo kwamen we aan in Athée-sur-Cher, waar een mooi grasplein ons toelachte. Na een kleine rondvraag bleek het een perkje van de gemeente te zijn. We kregen zelfs nog een fles water en mochten onze flesjes bijvullen. Omdat een nieuwsgierige jongen met een kind en een hond een praatje met ons kwam maken, moest Lionel zich nog reppen om zijn tentje tijdig te zetten want er schoof weer een onweer dichterbij. Net op tijd om alles er in te werpen en in ons tentje te kruipen, want het regende werkelijk pijpenstelen.

 

Gelukkig klaarde het nadien nog op en konden we dit schrijven.

Tot morgen.

 

Zaterdag  18  Juli  2009

0414   0417

 

Deze morgen was het heel fris en vochtig. We begonnen met een heel steile afdaling door heel kleine straatjes (amper 2 meter breed) en bereikten zo het centrum van Coutçay, vlakbij de kerk. Daar vonden we onze benodigheden: wat een geluk!!

 

In het restaurant kochten we een koffie en Roland laadde er zijn gsm een beetje op. Tegen de middag passeerden we een restaurantje in Tauxigny, en gezien het uur besloten we eens warm te eten: menu van de dag (aperitief, entree, platvis met rijst, een fles wijn voor ons twee en een dessert crème brulé plus koffie voor nog geen 15€).

 

Daarna verder stappen naar le-Louroux. Daar was een prachtig groot meer dat ons via een klein maar lang baantje naar Bossée gidste. Ginder kochten we cola in een bakkerij die we opdronken op het kerkplein onder een boom. En toen was de pret uit: vliegensvlug regenkledij aandoen want het begon weer te regenen. We moesten nog 6 km wandelen. Halverwege bestemming stopte een dame en bood ons een lift aan. En tot haar grote verbazing sloegen we haar aanbod eensgezind af!

 

Toen de regen stopte zagen we plotsklaps het kerkje voor ons. Maar wij waren hoog en de kerk ook, en het beekje ertussen lag héél diep: de laatste kilometers was het klimmen geblazen! In het dorpje zelf vonden we onmiddellijk een slaapplaats: een speelpleintje voor kinderen dat van de gemeente was. Ons tentje was nog maar net opgezet en het begon weeral te regenen: wat een geluk zeg! We vonden ons zelfs nog een bank onder een dak om dit te schrijven.

 

Slaapwel !!!

 

Zondag  19  Juli  2009

0419   0430

 

Heel rustige nacht gehad en deze morgen hadden we een bank om aan te zitten om te eten. Rustig vertrokken terwijl het dorpje nog sliep, richting Civray-sur-Esves.

 

In Descartes weken we af van ons uitgeschreven parcours om de stad in te trekken. Na 200m vonden we er al een bakker en een café tabac waar we ons brood opgegeten hebben, uiteraard met een bijhorende 'grote koffie'.

 

Daarna verder richting Buxeuil en Dangé-St-Romain, waar we een bar café binnenstapten omdat we alletwee dorst hadden. De klanten wisten ons te vertellen dat er een camping was bij het binnenkomen van Châtellerault, onze eindbestemming: nog 14 km slingeren langs de Vienne, tot camping 'Le Relais du Miel'.

 

Daar zullen we twee dagen halt houden omdat de familie van Roland ons op dinsdag een bezoekje zal brengen. Even rusten zal ons goed doen.

 

Maandag  20  Juli  2009

0436   0444

 

Lekker lang uitgeslapen. We werden op 'de koffie' gevraagd door mensen van Kortrijk waar we gisterenavond lang mee gebabbeld hebben. Daarna afscheid genomen want zij trokken door met de mobilhome.

 

Na een snelle hap Châtellerault gaan bezoeken. Een grote stad, met prachtig centrum en een 400 jaar oude brug over de Vienne. Ook hebben we de St. Jacques kerk bezocht. Die ligt immers ook op de route. We kwamen zelfs 2 pelgrims tegen die juist uit de kerk kwamen. Een van hen  had een prachtig karretje bij voor zijn bagage dat hij achter zich trok. Echt mooi gemaakt. Niet ver daarvandaan vonden we een restaurantje waar we biefstuk friet aten: een heerlijk Vlaamse smaak!

 

Na onze inkopen zakten we terug af naar de camping, waar we probeerden te kijken naar de ronde van Frankrijk maar... het was een rustdag!

 

Dinsdag 21 juli 2009

0467f   0467n  

De behoefte om vroeg op te staan was niet groot omdat de familie van Roland ons vandaag kwam bezoeken. Eerst nog even de stad in om inkopen te doen voor de volgende dag. Dat was verder dan we gedacht hadden, maar we waren toch op tijd terug. Om 13.15uur kwam ons bezoek toe, na 6.30uur rijden.

 

Ze hadden alles bij: aperitief, wijn, groenten, vlees (alles vooraf klaargemaakt en in de koelbox) en ... een BBQ! Enkel het vlees moest nog gebakken worden. Gans de namiddag gesmuld!

 

Nelly, de vrouw van Roland, vond pruimpjes te plukken... 2 koelboxen vol! Ze smaakten wel goed.

 

Rond 19.00uur vertrok ons bezoek. Afscheid nemen van vrouw en kinderen, die nog 6uur te rijden hadden tot thuis. Je moet het maar zien zitten hoor!!!

 

Daar het nog 20°C was, hebben we ons nog gelaafd aan een halve liter bier om de BBQ door te spoelen.

Terwijl de zon zakte, zakten wij daarna af naar ons tentje. Denkend aan morgen. Bijna 40km voor de boeg.

 

Slaap lekker! 

Woensdag  22  Juli  2009

0472   0470

 

Toen we opstonden was het nog pikdonker. Dat is ook niks want dan duurt het veel langer tegen dat alles terug in onze rugzak geraakt. Om 6.15uur konden we vertrekken. Châttellerault was nog doodstil, met uitzondering van enkele mensen die naar hun werk vertrokken: die sukkelaars!

 

Door Châttellerault ging het vlot, omdat we het de dag ervoor reeds verkend hadden. Daarna richting Cenon-sur-Vienne maar daar was niets te vinden. Verderop, net buiten Cenon-sur-Vienne, hoorden we plots Vlaams spreken achter ons. Het waren verdorie die fietsers die eerder onze ontbijttafel gepikt hadden op onze camping. Wij hadden gedachten dat het Nederlanders waren maar ze waren van Geluwe en spraken ons dialect. Zij waren op weg naar Bordeaux. Wij naar Voneul-sur-Vienne (voor onze eerste koffie van de dag) en dan langs de Vienne richting Bonneul-Matours. Daar was er een prachtig centrum. Spijtig dat we geen foto genomen hebben.

 

De plaats waar we aten was een beetje gericht op Rijsel. Want zij spraken er van 'Potjesvlees' en 'Vlaamse karbonaden'. Maar wij aten de rest van de BBQ van gisteren (die trouwens nog zwaar op de maag lag) met stokbrood. Toen we buiten stapten stonden we perplex: de wind was gaan liggen waardoor de hitte de overhand had genomen. Maar we moesten nu eenmaal doorbijten om ons einddoel te behalen, al wisten we dat het lastig zou worden. La Chapelle-Moulière was net ver genoeg om niet dood te vallen. Ginder vielen we meteen een bar binnen voor een paar koffie's. De TV stond aan op de Tour de France. Roland viel kijkend in slaap, tot de patroon zo hard op tafel sloeg dat hij weer wakkerschoot.

 

In Liniers, niet meer dan enkele huisjes bijeen, vonden we later op de dag een kerkje waar we wat konden schuilen in de schaduw van de lindebomen. Appeltje gegeten, want het was schroeiend heet. Een half uur later vertrokken we naar Lavoux, waar we op het dorpsplein in een winkeltje een frisdrank kochten en nog iets aten op een bank. Toen begon het te overtrekken maar toch bleef het drukkend warm. Uiteindelijk moesten we pas in St. Julien l' Ars schuilen voor een dondervlaag. We vonden er een plek naast een voetbalveld waar we vliegensvlug ons tentje neerpootten omringd door regen en donder. Gelukkig duurde het niet lang en konden we ons verslag nog schrijven. Tot morgen!!!!!


Donderdag  23  Juli  2009

0479   0484

 

Na veel gekraak, donder, bliksem en regen zijn we om 6 uur opgestaan. Eindelijk hield de regen op. Gelukkig maar, want een tentje opplooien in de regen is verre van plezant. Om 7.15 uur zijn we kunnen vertrekken uit St. Julien l' Ars. Na een ommetje vonden we toch de goeie weg langs een mooie veldweg tot in Nieuil-l' Ispoir. Na 10km konden we ons bevoorraden, koffie drinken en eten.

 

Vijf 5.5km later - in Gizay - dachten we eerst dat we in het zoveelste dorpje zonder bar café waren aangekomen tot Lionel op het allerlaatste moment aan onze linkerkant toch een bar ontdekte, waar we ons laafden aan een pintje. Toen we buiten kwamen hadden de wolken alweer een donkere kleur gekregen. Aan de mist in de verte zag Roland dat het daar al regende. Vliegensvlug regenmantel aan en ook rugzak ingepakt. We konden nog net op tijd schuilen achter een haag in de gracht. Het water spatte meer dan 30cm terug op de baan. Toen het iets minderde met regenen, gingen we verder maar niet voor lang. Het hield maar niet op. In Gencay schuilden we in een café tabac en aten er ons middagmaal op 'franse wijze' (om 13.30uur).

 

Ondertussen begon de zon weer te schijnen, maar toen we terug vertrokken wisten we al dat het niet voor lang zou zijn. Binnen de kortste keren stonden we weer in de pletsende regen. Roland schatte met de vinger op de kaart dat we nog 16 km moesten stappen, en hij zat er niet ver naast. Zo bleek later op de kilometerpaaltjes van de D100.

 

Uiteindelijk belandden we in Chateau-Garnier waar we een Camping vonden en een restaurantje dat bereid was om ons warm eten voor te schotelen om 17.30 uur (wat niet gebruikelijk is).

 

De camping was enkel voor pelgrimtentjes zoals te zien op de foto. Was wel een prachtige locatie aan een meertje. De zon scheen weer volop en ons tentje kon nog drogen voordat we sliepen.

 

Vrijdag  24  Juli  2009

0492   0502  

 

We merken dat de dagen beginnen te korten. 's Ochtends, om 5.30uur, is het nog schemerdonker terwijl dat in het begin van onze reis anders was. Zeven en dertig kilometers voor de boeg vandaag.

 

We namen een klein ,prachtig straatje met een mooi landschap dat ons de hele dag zou vergezellen. In Pouillac SMS-te Roland naar Roland Declerck: "waar blijft die wijn, geen wijnstok te zien in de verste verte". We kregen als antwoord dat we die later zouden drinken, maar wij hadden nu goesting!

 

Toch maar verder stappen tot la-Chapelle-Bâton, maar ook daar niets te vinden. Vervolgens naar Charroux waar de prachtige ruïne van de abdij Saint-Sauveur staat, waar we de nodige bevoorrading vonden en waar we in een bar konden eten. Daarna, richting Asnois langs prachtig heuvellende wegen, terend op ons water. Af en toe vergezeld door dreigende wolken die met ons voeten speelden.

 

Omdat er in le-Bouchage ook niets te vinden was, aten we iets op een muurtje. Genietend van ons eten en van het prachtig zicht, vergaten we te kijken naar de wolken die ons plots van achter het bosje verrasten met een zonnige plensbui: gedaan met de leute.

 

Langs slingerende wegen verder naar Vieux-Rufféc waar we onze waterflessen vulden aan een kraantje bij de 'Marie'. Wat een naam voor een dorp van 15 huizen! Oeps! Nog 4 km naar Champagne-Mouton (waar trouwens noch champange noch schapen te vinden zijn). Ook daar geen bar die open was. Na rondvraag vonden we wel een grote winkel en de weg naar het voetbalveld waar we ons tentje stevig vastzetten want het waaide nogal hevig.

 

We zijn 690 km ver.

Na het schrijven van dit verslag vielen we inslaap op de fluittonen van de wind.

 

Zaterdag  25  Juli  2009

0521   0524

 

Toen we ons tentje opentrokken werden we omring door een lichte mist. Dat was eens iets anders maar de zon zat niet ver weg. De temperatuur was ideaal om te wandelen. In Grand-Madieu kochten we ons dagelijks brood en aten we in een plaatselijke bar met een grand café, bij een heeeeel openhartige bazin (letterlijk en figuurlijk!).

 

Onze route liep langs heuvellende baantjes met een prachtig schouwspel van de natuur. Na St-Claude hadden we volgens onze uitgestippelde kaart twee mogelijkheden richting Chasseneuil-sur-Bonnièure. We besloten de blauwe lijn te volgen. Ter plekke bestelden we een koffie en namen er het middagmaal zoals de Fransen (om 14.00uur). Omdat het erg warm was dronken we nog een 'pression' voor we opnieuw vertrokken.

 

De weg bleef erg heuvelachtig en prachtig tot in Yvrac. Een pittoresk dorpje - dat wel - maar weer zonder drank, met uitzondering van water aan de 'mairie'. Vanuit Yvrac hadden we opnieuw twee keuzes en opnieuw gingen we voor de blauwe route tot ons eindpunt, St. Sornin. Dat hebben we ons in geen geval beklaagd want in Limarceau hoorden we dat er een camping was in St. Sornin. Wonder boven wonder! En na enig zoeken vonden we het plekje.

 

Als kers op de taart was er nog een wekelijks optreden van een bandje, met alles er op en eraan. Goeie keuze gemaakt vandaag. Santé! Het spektakel dat het bandje bracht was formidabel. Het was een soort muzikaal cabaret met een trompettiste en een zanger-gitarist. Om 10.30uur was het afgelopen en begon een schouw met bengaalsvuur op de weide: effenaf prachtig!!! Daarna werd er een kampvuur aangestoken en gedanst op tromgeroffel.

 

Dat laatste sloegen wij gade vanuit ons tentje. Na een tijd sloten we ons tentje en probeerden we te slapen, wat Lionel hoorbaar praktisch onmiddellijk lukte, want de kettingzaag begon te werken. Roland hoorde nog de franse 'tentburen' naar hun tent komen. Blijkbaar konden ze niet snel genoeg in hun tentje zijn want ze begonnen onmiddellijk te rollebollen. De apotheose ging aan hem voorbij want ook Roland viel snel in slaap, op de tonen van het rollebollen: "Heu heu heu heu heu heu heu heu heu....................................heuuuuuuuu...............................zzzzzzzzz"... Die "zzz" was natuurlijk van Roland!

 

Zondag  26  Juli  2009

0536   0540

 

Vroeg morgen deze morgen. We zochten ons een weg in een labyrint van straatjes naar la-Chaise maar belandden in Vilhonneur. Heel mooi maar wel 3 kilometer omweg.  Vanuit Vilhonneur, via la-Chaise, naar St. Germain-de-Montbron, waar er een rommelmarkt was. Alweer een erg mooi dorp, met een prachtig kerkje.

 

In Marthon hielden we halt in het 'café du commerce' een plezante cafébaas ons een drankje serveerde en we onze baguettes opaten. Toen de baas onze kaart bekeek zij hij dat er een kortere weg was die bovendien verkeersvrij zou zijn. En hij had nog gelijk ook! Prachtige weg tot in Charras, waar we een steile klim te verwerken kregen voor we de kerk bereikten. Maar onze moeite werd beloond: er was een café op de hoek. De temperatuur was ondertussen flink opgelopen, net als onze dorst. En water is maar water.

 

De laatste 12 kilometer waren heel zwaar. Niet alleen door de warmte maar ook door de steile beklimmingen die elkaar snel opvolgden. Plots zagen we ons eindpunt (Mareul) in de diepte. Daar vonden we een camping en een restaurantje met lekker eten. Ons Frans mochten we in onze broekzak steken want het was in het Engels te doen, zowel op camping als in het restaurant.

 

We dachten er eens goed te kunnen slapen, maar niets was minder waar. Om 23.00uur werden we getrakteerd op een vuurwerk van driekwartier, op 200m van onze tent! Was prachtig, maar hadden toch liever vroeg kunnen slapen.

 

Maandag  27  Juli  2009

0542   0547

 

Omdat ons tentje deze morgen niet nat was, hebben we het eens droog kunnen oplooien. Al van in het begin zagen we rotsen opduiken, met hier en daar een openbare wasplaats met bronnen en zuiver water. En klimmen ontbrak er ook niet aan. Na een steile klim kwamen we aan in het centrum van Verteillac, zeer hoog gelegen.

 

Daarna verder naar Bertric-Burée (prachtig kerkje!) en Ribérac, waar we de was en de plas deden én ons in de bar een grote koffie aanschaften om onze baguette op te eten. We zaten op 7 kilometer van Siorac-de-Ribérac en wisten dat ons enkele fel oplopende wegen stonden te wachten, hier en daar geflankeerd door kleine dorpjes in de vallei. Siorac kwam in zicht en na een paar haarspeldbochten kwamen we er aan.

 

We dachten daar een rustig plaatsje te vinden... Verdorie,  was het wel geen kermis zeker! We laafden ons aan enkele biertjes en zakten dan terug de helling af naar een grasveld tussen de zonnebloemen met prachtig zicht op dorp en kerk.

 

We vielen in slaap met muziek in de oren!!!

 

Dinsdag 28  Juli  2009

0561   0562

 

Heel goede nachtrust gehad, maar ons tentje was heel nat van de dauw. We hadden ons voorgenomen om vandaag enkele kilometers verder te gaan dan gepland. We wandelden door een heel bosrijk gebied. Eerst naar St. André-de-Double (niets te vinden in dat dorp) en daarna naar St. Michel-de-Double. Daar vonden we een bar waar we van onze mondvoorraad (van gisteren) aten met koffie. Geen winkels, geen bakker, geen beenhouwer te bespeuren... Toch hoopten we dat we snel nog iets zouden vinden want de voorraad slonk...

 

De hitte nam toe. Goed dat het een bosrijk gebied was, zo vonden we af en toe wat schaduw. Op weg naar Beaupouyet, wat boven op een kam ligt (steile klim zonder bomen!) zagen we hier en daar kleine druivenveldjes. In Beaupouyet was gelukkig toch een bar, waar we de rest van onze voorraad verwerkten, maar verder vingen we opnieuw bot! Geen bevoorrading dus... Pfff, wat een dag! Op de koop toe liepen we nog verloren ook. Roland was vandaag niet in zijn dagje om de kaart te lezen. We beseften plots dat we terug naar de autostrade liepen, waar we juist over gepasseerd waren. Omkeren: anderhalve 1.5 km terug, de helling op.

 

Uiteindelijk vonden we toch de goede baan, maar niet voor lang want Roland miskeek opnieuw, terwijl Lionel gedwee was gevolgd... Plots op een T-kruispunt geen enkele wegwijzer meer te bespeuren. We namen de route die op onze kaart stond, maar de twijfel sloeg toe... We moesten gokken en het gokken van Roland was beter dan de kaartlezen: hij gokte rechts en 't was de goeie kant. Langs de D13. We hadden nog gezegd dat bijna de ganse dag de D13 zouden volgen en juist daardoor misten we opnieuw onze afslag; een klein baantje richting la-Taula.

 

Toen we op de D20 kwamen besefte Roland plots dat er iets niet pluis was: weer 3km mislopen! Dan maar richting la-Taula langs de grote baan. Niets te vinden tot we een pijl 'camping' zagen. Aan het tweede huis in de straat vroegen hoe ver de camping nog was, en of we daar nog konden eten vinden maar het antwoord was negatief: "enkel in het weekend!"

 

De bewoonster wist ons wel te vertellen dat er op de andere kant van de D20 een Gite was voor pelgrims. Onze keuze was vlug gemaakt, daar we geen eten meer hadden. Na een beetje wachten kwamen de eigenaars - André en Noëlle - toe en we werden goed ontvangen. Na een deugddoende douche kregen we ons avondmaal. Dat maakte veel goed na een pechdag als deze. Na 28 dagen op ons matje zou een bed ons eens deugd doen, dachten we beiden. En we hadden gelijk!


Woensdag  29  juli  2009

0572   0582

 

Rond 6.30uur was het ontbijt voorzien. Heel lekker geroosterd brood met confituur en een enorme tas koffie, zo groot als een soepkom. André had onze kaarten bekeken en toonde ons op de kaart een kortere weg langs piepkleine weggetjes tot in le-Fleix. Aan de rivier de Dordogne hadden we geluk: een winkel, toespijs en brood en aan de overkant een bar café waar we een koffie dronken en nog iets aten.

 

Daarna de brug over. Waw, wat is die lang! Ons parcours volgde de Dordogne een achttal km. Daarna ging de Dordogne opeens rechtsaf en wij links omhoog in een wirwar van kleine straatjes, die niet eens op onze kaart stonden. Zonder aanwijzing en... natuurlijk namen we de verkeerde weg. Toen we dat ontdekten stonden we al ongeveer drie kilometer verder van ons doel af, en het was zo warm.

 

We trokken verder, hopend op een frisse pint, maar vonden enkel fris water aan een gemeentehuisje van een piepklein dorpje. We moesten wel 200m heen en terug. Daar hoorden we dat er een camping was in Duras, wat ons weer wat hoop gaf, want de zon gaf van jetje.

 

Van af de Dordogne waren de gewassen enkel nog boomgaarden met pruimenbomen en druiven. Zwetend trokken we verder tot net voor Duras waar we de camping vonden. Onze tent gezet en gedoucht: wat was dat zalig, dat stromend water over je bezweet lijf! Onze buren waren Nederlanders, die ons uitnodigden om mee te eten met hen, een soort BBQ'tje. Ze vroegen ons uit over onze reis. Een heel gezellige avond: lekker gegeten en gedronken. Gierig waren deze Hollanders niet zulle! Het kwam niet op een blauwe Leffe of een ribbe meer of minder! Voor we het wisten was het al 22.30uur en moesten we dit nog schrijven met de taslamp (de een lichten en de andere schrijven). Slaapwel!!! 

 

Donderdag  30 Juli  2009

0589   0593

 

 

Omdat er op de camping niemand te bespeuren viel om te betalen, zijn we er deze morgen maar zonder te betalen vanonder gemuisd. Op sommige plaatsen was hing er mist tegen de grond. In het eerste dorp - Taillecavat - kochten we ons brood en kregen van het bakkerrinnetje een grote kop koffie die erg lekker smaakte.

 

Ondertussen had de zon de aangename koelte van de grondmist verdreven en was de temperatuur weer flink de hoogte in geschoten. Steeds golvend en omringd door druivenvelden en pruimen-boomgaarden, onderbroken door enkele stroken maïs, trokken we verder richting St. Geraud en Lagupie. Bij het binnen-komen van het dorp waren we net twee kleine kinderen die een kermis zagen staan. We hadden grote dorst en ons water was bijna op en voor ons zagen we vanuit de verte een café opduiken. De pret kon niet op!

 

Na het pintje naar St.Bazeille waar Lionel een nieuw lampje voor zijn taslamp kocht. Zo verder langs de D3 tussen twee rijen bomen. Zalig in de schaduw. Roland vond ze dik genoeg om zijn piemeltje te verbergen tijdens het plassen (zie foto). Ohh, wat is Lionel vermagerd! Na de 'boompjes' de Garonne overgestoken, waar we een tijdje bleven turen naar het water waar enorm grote forellen in de zon aan het spelen waren.

Over de brug was de pret uit: geen bomen meer en de zon scheen ongenadig hard. De laatste dertien kilometer waren loodzwaar. Enerzijds door het parcours (altijd maar op en af) en de hitte, anderzijds door het foutief bereken van de kilometers want de weg kronkelde veel meer dan op de kaart.

Sloffend raakten we toch in Guérin waar we een hoekje vonden bij het stadshuis voor onze tent, mét sanitaire voorziening en de toestemming van de burgemeesterres (waarschijnlijk van de groene partij want ze had een grasgroene haarlok).

 

Reeds 899km afgelegd. Tot morgen

.  

Vrijdag  31  Juli  2009

0602   0604

 

Veel te lekker geslapen! We hadden graag blijven liggen, maar de plicht riep. Opgestaan, tentje opgebroken en snoetje gewassen en daarna als ontbijt de rest van ons brood op de trappen van het stadshuis verorberd. Als bij toeval deed het winkeltje recht voor onze neus ondertussen zijn deuren open. Hoeps! We konden meteen winkelen en vonden alles wat we nodig hadden. Alles weggefrommeld in de rugzak en daarna de benen genomen. De hoogte af, richting Argenton, een klein gehuchtje waar we iets ongewoon zagen: een bar én haarkapper. De bar was gesloten, maar het kapsalon niet. Alles was er nog zo als honderd jaar geleden (handmatig), net een museum, maar dan met alles nog in werking. Er stond wel een hypermodern telefoontoestel. Jammer genoeg hebben we geen foto genomen.

 

Vanuit Argenton verder naar Casteljaloux, in de schaduw van de bomen waardoor het nog aangenaam fris was. Daar genoten we van lekkere koffie met een beetje brood en toespijs voor we verder trokken naar Pindéres. Op kaart hadden we gezien dat de rest van de dag bos was en we verheugden ons op de heerlijke schaduw. Jammer genoeg hadden we ons mispakt: het bos was er wel maar stond langs beide zijden te ver van de weg. De zon scheen loodrecht op ons hoofd en het bos nam alle wind weg (als er al was): PFFFF!!! Zwetend en puffend wandelden we naar Sauméjan waar we eindelijk een streepje schaduw vonden. Daar plaste Lionel na lang wachten. Hij wilde niet in de zon want hij was al op andere plaatsen bruin genoeg, zei hij.

 

In Houeillès, onze eindbestemming, aten we een lekkere, warme maaltijd in een restaurantje. Het bazinnetje, afkomstig van Pamplona, vertelde dat er tweehonderd meter verder een rustpunt was voor toeristen met mobilhome en trekkers, mét grasveld, banken, bomen én sanitair. Daar hebben we ons tentje kunnen zetten en zullen er nu een heerlijke rustige nacht beleven. Slaap wel!!!

 

Zaterdag 1 Augustus 2009

0618   1_augustus

 

We hadden onze wekker vandaag een half uur vroeger gezet om te kunnen wandelen in de friste en omdat de bakker al om half zeven open was. Maar de zon speelde ons spelletje niet mee en was er ook bijzonder vroeg bij. Onze route ging in rechte lijn tot in Boussée, tussen de sparrenbossen door die enkel door een kerkje en enkele huisjes werden onderbroken. In Arx, niet meer dan een kerk en een vijftal huisjes maar met een heel groot plein met banken (waarschijnlijk meer dan inwoners) zetten we ons op een bank in de schaduw en aten er ons brood op met een doosje makreel in mosterdsaus. Vervolgens naar Baudignan waar we het kerkje bijna waren gepasseerd zonder het te hebben gezien. Zo ongelooflijk groot was het! In Rimbez-et-Baudiets liep Lionel iets voor omdat Roland had moeten plassen. Plots zag Lionel een reclame van Jupiler, dacht een fatamorgana te beleven en keek vragend om naar Roland. Die - lolbroek dat hij is - bevestigde natuurlijk onmiddellijk en gingen op nader onderzoek. Om de hoek vonden we tot onze grote verbazing een hotel met restaurant. Wat een geluk! We hadden dorst en honger en toen we binnenstapten en de geur uit de keuken ons tegemoetkwam aarzelden we geen seconde...

 

Na een goede maaltijd zetten we onze weg verder. Nog tien kilometer tot in Gabarret. Daar een pintje gedronken aan de hoek in een café en dan de camping opgezocht. Het was nog snikheet. Geen wolkje te zien aan de hemel, maar twintig minuten later moesten we ons plots reppen naar de camping. We probeerden ons nog vlug in te schrijven maar moesten uiteindelijk toch met pak en zak vluchten tot in het sanitair. Daardoor moesten we ons tentje opzetten tussen twee dondervlagen door. 't Was trouwens een rot-camping: geen enkel vlak stuk gras waardoor we onze tent op het dolomiet moesten zetten. En het bleef maar regenen. Liggen en slapen dus...

 

Zondag 2 Augustus 2009

0638   0642

 

Ondanks de nacht op de keitjes van het dolomiet en de voortdurende regen toch nog goed geslapen. De tentjes moesten we wel druipnat opplooien. Niet plezant! Noodgedwongen ontbeten in het sanitair want de banken waren kletsnat. Daarna - hup de baan op - langs een rustige heuvellende baan via la-Courrege-le-Hour tot in Réans. Daar hadden we efkens veel geluk want de heren en dames van het bijna onzichtbare dorp waren aan hun 'Jeu de Boules' bezig. In hun bar konden we koffie krijgen en mochten we onze broodjes opeten. Bovendien kregen we er nog een glas wijn van de streek en een glas Armagnac.

 

Daarna verder langs mooie, kronkelende en beschaduwde wegen naar Manciet. Bij 'Chez Monique' vertelden ze ons dat er een camping was in Sion en omdat het goed wandelweer was besloten we nog negen kilometer door te trekken. In Sion aangekomen, na een hellend parcours, was er echter nergens een camping te vinden. Aan een bewoner vroegen we waar die camping was maar hij zei dat er geen was, wel een chambre d'hôte een kilomter verderop. In dezelfde adem stelde hij ons voor om zijn 'cave' te bezoeken en dat sloegen we natuurlijk niet af! Hij presenteerde ons een rosé-wijntje en ondertussen belde zijn vrouw naar de Gite om te horen of er nog plaats was. Die was er wel, maar de uitbaters waren nog niet thuis. Toen volgde een witte, huisgemaakt pineau... en daarna een rode pineau. Daarna bezochten we zijn kelder en installaties waarmee hij wijn en Armagnac maakte.

 

Toen de mensen van de gîte binnenkwamen volgde nog een drankje dat een mengeling was van een andere soort Armagnac en schuimwijn. Daarna te voet naar de Gite, een prachtig domein waar we hartelijk werden ontvangen door Anne en Joël. Ze boden ons thee aan terwijl Anne onze kamer klaar maakte en wij van een heerlijke douche genoten. Daarna nog een heerlijke eendenborst en een heel lange babbel met Anne en Joël en... hoeps, het zachte bedje in!

Slaap wel. 

 

Maandag 3 Augustus 2009

0646   0650

 

Deze morgen werden we wakker door de heerlijke geur van geroosterd brood. Lekker ontbijt was dat! Maar helaas... mooie liedjes duren niet lang: Het plannetje van de wijnboer was dan wel goed getekend, toch slaagden we er niet in om de juiste weg niet te vinden. Gelukkig maakte het geen verschil in kilometers. In een bocht na een lastige klim lag Termes-Armagnac plots voor ons (zie foto). Wij volle goede moed er naar toe maar alweer niets van proviand te vinden.

 

Verder op de dag, in Cahuzac-sur-Adou, nog minder te vinden. Grote namen maar piepkleine dorpjes! Via een lange, steile klim naar Castelnau-Riviére-Basse: geen café, niets! Wij zagen enkel drie kleurlingen-kinderen en een oude man. 't Was echt heel stil in dat dorp. Er was wel een winkeltje maar... het was sluitingsdag.

 

Omdat ons eten bijna op was, besloten we een andere weg te nemen dan gepland. Een klein weggetje op, niet ver van de grote baan, en langs die grote baan tot in Soublecause. En onderweg kwamen we een restaurantje tegen! Begod!!! De bazin verstond Vlaams, ze was van Oostende. Geen eten op dat uur maar we konden wel iets drinken (Jupiler dan nog wel!). De mensen daar vertelden ons dat er in Maubourguet een camping was. Dat was tien kilometer verder langs de grote weg, alternatieve route vijftien kilometer. Omdat er toch niet te veel verkeer was, stapten we in rechte lijn naar dat dorp, in de hoop er nog een bakkerij te vinden die nog niet zou zijn gesloten. Het geluk was aan onze zijde: we vonden brood en hoefden ons een tijdje geen zorgen meer te maken. Nog lekker gedoucht vooraleer de slaap te vatten in ons tentje.

 

Dinsdag  4 Augustus 2009

0656   0661

 

Goed geslapen vannacht (we hebben ons zelfs een beetje overslapen). Met de slapers nog in de ogen op weg. Bij het eerste beetje zonlicht zagen we duidelijk dat de Pyreneeën zich aan de horizon begonnen aftekenen. We gingen richting Larreule langs een prachtig klein baantje terwijl de Pyreneeën steeds beter in zicht kwamen.

 

In Vic-en-Bigorre moesten we ons parcours een beetje verlaten om ons te bevoorraden. We dronken er koffie in een bar en stapten daarna verder naar St.Lézer, Siarrouy en Lagarde waar we er telkens niet in slaagden om maar iets van eten of drinken te vinden. In Oursblille vroeg Lionel aan twee oude vrouwtjes of er een bar was en zij konden er tot onze grote vreugde eentje aanwijzen. Alleen bleek die bij onze aankomst 'fermé'! Dan maar stokbrood geknabbeld op het terras. Toen we goed en wel neerzaten (binnen de 5 minuten) kwam de vrouw des huize thuis en vroeg wat we daar deden terwijl haar pitbull uit de auto schoot. Dat was flink schrikken!!

 

Onze opluchting was groot toen ze ons na een beetje uitleg toch een drankje wou serveren. We betaalden de rekening en zetten koers naar ons einddoel Bordères-sur-l'-Chez. Daar vroegen we op het gemeentehuis, de 'mairie' naar een camping die er niet bleek te zijn. Wel kregen we een hoekje gras met sanitair toegewezen naast een rugbyveld. Stel je maar niet te veel voor bij het sanitair! Gelukkig was het hoekje gras wel in orde.

 

Slaap zacht.

 

Woensdag 5 Augustus 2009 

0673   0675

 

Na een rustige nacht, tentje opgeborgen en wat gegeten. Omdat we onze kleren wilden wassen, besloten we een andere weg te nemen dan de uitgestippelde route door Tarbe. Dat was een goede zet want toen we de weg naar een wasserij vroegen bleek die net om de hoek te zijn.

 

Na het drogen en plooien van onze kledij gingen we op zoek naar koffie voor bij ons brood. Daar kwam Roland tot het inzicht hoe het komt dat er zo weinig herbergen zijn in Frankrijk: de vrouwen verdoen er al het geld bij de talrijke haarkappers en coiffeuses! Uiteindelijk vonden we toch iets in een PMU-café. Daarna begon het moeilijkste werk: onze weg vinden door Tarbe. De straatjes zagen er allemaal hetzelfde uit. Met de hulp van een madammeke slaagden we in onze opdracht en konden opgelucht ademhalen toen we eindelijk uit het centrum kwamen. 

 

Odos is een klein dorpje met enkel een patisserie. Daar konden we ons een koffie uit een automaat verschaffen en een taartje eten. H-E-E-R-L-I-J-K! Omdat ook Odos met een wirwar aan straatjes is bezaaid, prezen we ons gelukkig dat de bakkersvrouw ons de weg naar Hibarette expliceerde. Op de kaart hadden we veel plooitjes gezien in de baan, en die hebben we ook gevoeld! De zon brandde verschrikkelijk en er waren geen bomen meer om in de schaduw te lopen. Jozef was ondertussen met zijn vrouw in Lourdes aangekomen en kon niet nalaten om ons te berichten dat hij wel in de koele schaduw zat met een grote Stella. En wij hadden enkel lauw water!! In Hibarette dachten we een café te hebben gezien, maar die was blijkbaar al jaren gesloten. Dan maar ons water verversen aan het kraantje bij de mairie.

 

Verder naar Benac en Barry. Daar voorspelde een ouwe fietser een steile helling richting Avernan en dat hebben we gevoeld ook! Onder een verschroeiende zon puften we naar Avernan en daar bleken we opnieuw in-the-middle-of-nowhere te zijn beland: niets te vinden en al zeker geen camping. We vroegen aan een vrouw of er ergens anders een camping was, maar de enige camping in de buurt bleek in Lourdes te liggen, zes kilometer verderop. Op de vraag of het nog veel klom, antwoordde ze: "een beetje, en daarna is het altijd naar beneden." Wel, wat zij een klein beetje vond, vonden wij heel steil en heel lang! Toch zetten we door. En het volharden gaf ons toch voldoening toen de Pyreneeën in zicht kwamen als we de top bereikten en Lourdes voor ons in de diepte verscheen. Prachtig in de zon.

 

We hielden halt aan de eerste camping, net aan de rand van Lourdes. Het was genoeg geweest. We zetten vlug ons tentje op en namen een lekker lange douche. Daarna zochten we in de buurt iets te eten en te drinken. Vermoeid van de zware, lastige dag al gauw terug de tent in. Oogjes toe en snaveltjes dicht.

 

Morgen Lourdes... Slaap lekker. 

 

Donderdag en vrijdag 6 en 7 augustus 200   9

6_augustus   0688

 

We wilden eens uitgeslapen omdat we niet moesten wandelen maar waren toch vroeg wakker. De macht der gewoonte? We hadden met Jozef en zijn vrouw Martine afgesproken aan de ingang van het heiligdom.

 

Enerzijds waren we erg blij met het weerzien van Jef maar anderzijds ook bedroefd dat we hem niet in Lourdes hebben gekregen. De emoties kwamen los, zowel van Jef als van Roland, en Lionel stond er ook maar beteuterd bij.

We zijn rechtstreeks naar de grot gegaan om onze meegebrachte intenties over te brengen bij het onsteken van een kaars. Vervolgens bezochten we het heiligdom en de stad, samen met Jozef en familie. Ook het Château Fort, het museé Pyrenees,...

 

Alleen het weer viel wat tegen, maar verder waren de twee dagen goed gevuld.

 

Zaterdag 8 Augustus 2009

0004   0022

 

Vorige nacht motregen waardoor ons tentje vanochtend niet al te makkelijk op te bergen was. Omdat we al enkele dagen in Lourdes hadden vertoefd, kenden we geen enkele moeite om door Lourdes te laveren en mondvoorraad in te slaan. Het hotel waar Jozef en familie verbleef, lag niet ver van het heiligdom. Na een kwartiertje stappen belden we hem eens op. Hij was net aan het ontbijt begonnen...

 

Rechtdoor de D13 op. Daar zagen we pijltje van de St-Jacob-route. Hoe het mogelijk was dat we toch verkeerd liepen, weten we niet maar na onze eerste klim, boven op de Col de Des Besains, viel onze euro. We vroegen de weg: 2.5 kilometer terug naar beneden. Daarna volgden we pijltjes van St-Jacob met verhoogde aandacht en passeerden St-pé-de-Bigorre.

 

Prachtige uitzichten, hoewel de wolken net iets te laag hingen om sommige toppen te zien. Onze weg volgde de Gave de Pau, langsheen de grotten van Bétheranan. Eerst dachten we die te bezoeken maar omdat we bijna twee uur moesten wachten tot openstijd veranderden we van gedacht.

 

In Les-Feller-Bétheran verlieten we de baan langs een sterk hellend, krinkel-de-winkel weggetje dat deel uitmaakt van de pelgrimsroute van St.Jacques. Zo belandden we in Asson. Daar was net een 'marriage' aan de gang: toeterende auto's reden in colonne naar de kerk. Nieuwsgierigaards zijnde gingen we een kijkje nemen en ontdekten er een 'refuge' voor pelgrims (= enkel slaapgelegenheid: stapelbed met wat keukengerief en sanitair). Wat een mazzel!!! Vandaag dus eens zonder tentje maar in bed.

 

Zondag 09 augustus 2009

0024   0035

 

Wakker geworden in de 'refuge' zoals thuis in de slaapkamer: lekker warm terwijl het buiten de ganse nacht had geregend. Omdat het plaatselijke winkeltje 's zondags gesloten is, hoopten we in Bruges brood te vinden. Het was fris en vochtig weer waardoor de bergtoppen niet zichtbaar waren.

 

Het stappen ging goed en we waren heel vlug in Bruges. Dat zat mee: twee plaatsen om brood te kopen en een bar voor koffie. Terwijl we een koffie dronken zagen we een moeder met twee kinderen passeren met een rugzakje. Op weg naar Mifagette achterhaalden we het trio; moeder, dochter (rond de zeventien) en zoon (van elf jaar). Zij volgden ook de St.Jacques route. Ze spraken ons aan in het Frans en een beetje Engels, maar we hoorden dat het Spanjaarden waren.

 

In Mifagette misliepen we voor de zoveelste keer. Afslag niet gezien. Gelukkig niet ver want het schoot Roland te binnen dat we moesten opletten in Mafigette. We keerden op onze stappen terug, vonden redelijk vlug de juiste weg en haalden opnieuw onze Spaanse vrienden in. De stofregen veranderde ondertussen in dikke motregen waardoor we onze regenkledij en de hoes van de rugzak aantrokken onder een boom. De Spanjaarden volgden ons voorbeeld.

 

De weg klom naar St.Colome. Dat baantje was ook een Gruyère pad (sorry een GR-pad) met heel mooie vergezichten maar helaas zaten de bergtoppen in de wolken verstopt. Die wolken trokken heel langzaam op om vervolgens weer neer te slaan.

 

Plots kruisten we een hele groep tegenliggers. Wandelaars die dezelfde route als ons afstapten maar dan omgekeerd, naar Lourdes toe. Ze waren zeker met een stuk of vijftig. Een van hen sprak Nederlands en vroeg nieuwsgierig naar wat wij deden. Zij vroeg ons of we de hond die hen al volgde van in Arudy terug mee te nemen. En dat lukte ons merkwaardig genoeg. Dat beest bleef ons gedwee volgen!

 

Toen we Arudy binnenkwamen zagen we een wegwijzer die ons de richting naar een piepkleine camping wees. 150 meter verder stond er echter een circustent wat ons, wat verontrustte. Onderweg stopte er een auto. De chauffeur stapte uit en begon van zijn voeten te maken tegen de hond die ons de ganse tijd was gevolgd. Die man moet uren hebben gezocht. Hij moest eens hebben geweten waar zijn hond vandaan kwam!!! Oef, die waren we kwijt.

 

Tentje gezet en dorp gaan verkennen, op zoek naar een plek om morgen brood te kopen. In het restaurant iets besteld, wat ons smaakte. De vrouw van het restaurant vertelde ons dat de priester onderdak verleende aan pelgrims. Omdat er weer regen verwacht werd voor vannacht en we ons niet echt op 't gemak voelden naast die circustent, klopten we aan bij de priester. Toen hij het raam op de bovenverdieping open trok, vroeg hij waar onze rugzak was en na de nodige uitleg mochten we bij hem intrekken. Tentje was onderwijl mooi opgedroogd zodat we 't vlug konden opbergen in onze rugzak. In de 'refuge' kregen we een mooi kamertje waar we veel beter af waren dan buiten in de regen op die onveilige camping.

 

Maandag 10 Augustus 2009

0045   0052

 

Vroeg opgestaan vanochtend. Roland keek door het raam en zei: "verdorie, de baan is kletsnat, er zwemmen zelf vissen in." Hij was vergeten dat het kanaaltje langs het venster lag... Na het eten en wat koffie, was hij gelukkig wat wakkerder.

 

Op naar de wakkere bakker. Om 6.20uur was hij al open. Daarna zochten we het station van Arudy omdat Roland tijdens de voorbereiding op zijn computer had gezien dat daar een klein straatje liep. Jammer genoeg was dat afgesloten met een muur. Hoe dan ook moesten we over de sporen zien te raken. Na een eindje zoeken vonden we een wegeltje naar de grote baan. Eenmaal op de grote baan zagen we de wegwijzer die zochten en ons de D918 deed volgen. Die slingerende baan gidste ons achttien kilometer op en neer door het bos, langs heel steile bergwanden, richting Lurbe-St-Christau. Daar was niets te vinden en we trokken bijna meteen door naar Asap-Arros waar we in een bar genaamd 'Compostelle' een koffie bestelden om de baguettes beter binnen te krijgen. Daarna anderhalve kilometer de grote baan gevolgd om weer op de D918 te geraken. Het zicht was er echt prachtig.

 

We stapten een eind langs de rivier Lourdios richting Issor en op het einde moesten we een flink stuk klimmen. Daar was een bar restaurant, post én winkel: alles in één. De baas had niet veel nodig zodat het snelle bazinnetje (in alle betekenissen van het woord) zelf een nieuw vat moest aansluiten. Van daaruit nog zes kilometer. Op het kruispunt met de D241 zagen we voor het eerst een wegwijzer naar St-Jaen-pied-de-Port. Nog 68km...

Op de kaart stonden nog veel krulletjes voor we in Arette waren. Onze benen ondervonden snel wat dat betekende: vollebak klimmen en dalen! Toen Arette uit de diepte opdook, begaven we ons recht naar de camping. Pech, alles volzet! Gelukkig mochten we van de uitbater in de partytent die bedoeld was voor groepen overnachten. Vlug de douche in en daarna onze keel gespoeld in het dorp waar we dit verslag schreven. Tot morgen.

 

Dinsdag 11 Augustus 2009

0061   11_augustus

 

Wij sliepen in een grote partytent op 3 banken die we tegen elkaar schoven omdat het regende en de vloer niet droog bleef. We moesten niet zo vroeg vertrekken vandaag daar de geplande tocht niet zo lang was. Eerst de bakker bezocht en vervolgens op weg richting Lanne-en-Barétous. Het was prachtig weer, de zon scheen heel vroeg. In Lanne-en-Barétous kochten we ons een koffie of twee. Roland verschoot zich bijna een bult bij het betalen, niet dat het duur was maar eerder erg goedkoop. Hij vroeg nog eens of het juist was, maar de bazin zei dat ze zich niet vergistte. Dan verder naar Montory, waar we van de ene verbazing in de andere vielen door de pracht van de natuur.

 

In Montory hebben we onze boterhammen opgegeten in een bar bij een nukkige baas (een Bask weet je wel). Vanaf dit punt waren trouwens alle namen van de steden zowel in het Frans als in het Baskisch aangeduid, lees dat maar eens! Daarna verder richting Tardets-Sorholus, dat we niet binnengingen omdat we de afslag namen naar Sibas. Daar liep het even mis, maar dat kon de pret niet derven want het was echt een prachtig stuk. En een omweg was het eigenlijk ook niet.

 

De zon brandde nogal fel; geen enkele boom, maar wel fantastische zichten. Sunharette gepasseerd, voorbij Alçabèhéty, tot in Alçay-Alçabèhéty-Sunharette waar we geen plekje vonden om te overnachten. We gingen nog even door tot we een slaapplaats in in Lacarry-Arhan-Charritte-De-Haut. De gite was er eigenlijk vol maar de bazin gaf ons een van haar privé-kamers. Waarom een gite? Wel, zet maar eens je tentje op een grasveld dat langs alle kanten helt: in de kortste keren lig je er uit.

 

Als afsluiter van de dag maakten we een wandeling in het dorpje. We hebben nu bijna gans Frankrijk doorkruist. En in ieder dorpje, tot het kleinste toe, hebben we telkens een gedenkteken of monument gezien met namen van soldaten die sneuvelden in de oorlog 1914-1918, zelfs hier in dit dorpje tegen de Spaanse grens. Slaap zacht.

 

Woensdag 12 augustus 2009

  0073   0115

 

We hadden ons ontbijt gevraagd tegen 6.30uur omdat er ons vandaag een lange tocht te wachten stond en we weinig kans maakten om in de buurt iets te vinden. De gastvrouw van de gîte zei dat de eerste klim, de col d'Arangaitz (850m hoog), twee uur zou duren. We hadden geluk met het weer: het was fris én we konden de bergen goed zien.

 

Na de eerste klim kwamen achtereenvolgens de col d'Ibarburla, de col de Purlin Olatze en de col Inharpu waar een 'auberge' stond. Dat was in Ahusky. Daar aten we ons brood op en dronken een koffie alvorens de col d'Apanue (ongeveer 1100m) en de col de Landerre te trotseren. Daarna was het heel langzaam dalen, met prachtige verzichten.

 

Plots hoorden we een vreemd geruis boven onze hoofden en zagen we schaduwen op de grond. We dachten eerst aan deltavliegers maar het bleken gieren te zijn. Toen we stopten aan een grote steen om te rusten en om iets te eten. De gieren kwamen van alle kanten en landden niet zo ver van ons, net buiten ons gezichtsveld. We schoven onze rugzak aan de kant en klommen nieuwsgierig omhoog. We konden onze ogen echt niet geloven! Een eindje verder zagen we zeker vijftig grote gieren die zich rond een stuk vlees verdrongen. We bleven naderen want de vogels trokken zich niets van ons aan. Pas toen we tot op een meter of zes van hen kwamen, schoven ze een beetje op. Toen merkten we dat ze een schaap aan het opeten waren. 't Is te zeggen, een half schaap want de achterpoten waren weg.  Toen wij ons verwijderden, kwamen de gieren meteen terug en peuzelden ongestoord verder aan het schaap. Wij gooiden de rugzak opnieuw over de schouders en daalden content verder af.

 

Wanneer we even later op een splitsing kwamen die niet op de kaart stond, zonder  pijltjes, moesten we gokken. We klommen 200 meter om te kijken wat er achter de heuvel lag en toen bleek dat we een weggetje hadden gekozen dat leidde naar een herdershut: "Mieljarde!" Terug naar beneden. Op dezelfde splitsing hielden we een auto tegen en de chauffeur bevestigde dat Béholéguy nog meer naar beneden was. Noch in dat dorpje, noch in Mendive vonden we een cafeetje, ondanks de grote goesting in iets anders dan water.

 

Een dame vertelde ons dat er in Lecumberry wel een bar was en zelfs een bar-hotel-restaurant. Toen we daar aankwamen, stapten we de bar binnen en wachtten een zestal minuten maar er kwam niemand om ons te bedienen. Het water kwam ons letterlijk in de mond bij het zien van alle trappist-reclame die er hing, en we hadden al zo veel water gedronken! Daarom namen we de benen naar het bar-restaurant-hotel even verderop, waar we wel onmiddellijk werden bediend. Wat smaakte dat pintje zeg! De baas wist ons te vertellen dat er in St. Jean-le-Vieux een camping was. Dat was nog zes kilometer erbij, door het warme dal. We stapten goed door, vonden de camping en laafden ons met een pintje in het dorp. Daarna eten en vermoeid de tent in.

 

Donderdag 13 augustus 2009 

0128   0145

 

Geen wekker gezet vandaag want we moesten maar een zeven kilometer stappen. We verlieten de grote baan om ons op het St.Jacobspad te begeven. Na een steile klim arriveerden we bij de citadel, door de poort van Caro, in St-Jaen-Pied-de-Port. Daar deden we de papieren in orde voor de 'camino' en kregen er onmiddellijk onze eerste stempel.

 

De plaatselijke 'refuge de compostella' ging maar open om 14.00uur, waarop we besloten naar de camping te trekken. Nadat we ons een plaatsje hadden uitgezocht, gingen we het stadje verkennen en zochten een wasserij zodat we de 'camino' aanvatten met propere kledij konden aanvatten.

Bovendien konden we nu ook het eethuisje binnen zonder stinkende kledij. Na een smakelijke maaltijd kuierden we verder in het prachtige stadje. We kochten brood voor de dag erop (om zonder problemen de Pyreneeën over te trekken) en brachten het naar ons tentje. Waw, wat was het warm in onze tent! Dan maar efkes terug wat schaduw opzoeken. Toen de zon zakte kropen we voldaan in ons tentje. Moe van het kuieren.

 

Morgen is het weer vroeg dag.

 

Slaap wel. 

Vrijdag 14 Augustus 2009

0156   0182

 

Ondanks het feit dat we op een drukke camping sliepen, hebben we weinig last gehad van nachtlawaai. We waren tamelijk vroeg in slaap gevallen en nog even wakker geworden door een berichtje van Nelly. Dat was later op de avond want Roland was al in slaap. Onderweg naar de WC kreeg Roland een pijnscheut in zijn linkervoet die hem nog enkele uren parten bleef spelen.

Van bij het begin van de dag moesten we klimmen. Ons vertrekpunt lag op 230 meter hoog en toen we in Honto bij een auberge een koffie dronken, zaten we al op 490 meter. De koffie was niet naar Franse maat: groter en veel goedkoper. Anderen kregen blijkbaar goesting door ons te zien drinken want in geen tijd zat het terrasje vol. Op 750 meter, in  Orisson, hielden we halt voor een pilsje. Het weer was werkelijk schitterend en de hele dag hadden we al kunnen genieten van heel mooie vergezichten. Keerzijde van de medaille was dat de zon de temperatuur flink de hoogte in dreef en de nevels uit het dal deed verdwijnen. Eenmaal we de top van de Bentarte naderden, op 1100m, wisten we niet waar eerst kijken: zoveel moois. Na de top volgde een korte afdaling van een vijftigtal meter waarna we de Ibaneta (1300 meter) beklommen. Daar zetten we ons neer om te eten en genoten met volle teugen van al dat mooie.

 

Na het eten een afdaling van een zestigtal meter, richting de top Lepoeder, over een erg ruwe, onverharde weg tot op 1400 meter hoogte. Tijdens de volgende afdaling kwamen we voorbij een bron met de naam Roland. Roland wist niet dat hij zo rijk was! Na de bron een heel gevaarlijke afdaling: heel steil over boomwortels en losliggende stenen, door een bos tot bijna in Roncesvalles. Daar aangekomen gingen we direct naar de inschrijving voor de 'refuge' en onze tweede stempel. Om 16.00uur was de klus geklaard. We trokken naar de slaapplaats en hadden geluk: de vrijwilligers waren Nederlanders en toen ze ons Vlaams hoorden spreken, kregen we direct een voorkeurbed dicht bij de WC en niet ver van elkaar.

 

Het was een superdag vandaag: mooie panorama's en aangenaam warm weer. Om 19.00uur smulden we van het pelgrimmenu: macaroni in tomatensaus met hardgekookt ei als voorgerecht, daarna forel met frieten en een yoghurt als dessert, inclusief een halve fles wijn per persoon. En dat alles voor 9€.  Aansluitend een misviering omdat het morgen 15 augustus is. Die mis was wel iets heel apart. Daarna nog een pintje gepakt om vervolgens onder de wol te duiken.

 

Zaterdag 15 Augustus 2009

0198   0202

 

Het licht ging aan om zes uur en tegen die tijd waren er al twee koppels vertrokken. Ons klaargemaakt, wat gegeten en daarna vertrokken richting Burguete, een afdaling van 950 meter tot 893 meter. Omdat het nog te vroeg was om te stoppen hebben we maar doorgestapt. Op en neer naar Espinal, over onverharde wegen. Daar zagen we een bakker stoppen, kochten bij hem een brood en dronken een koffie in de plaatselijke bar. Daarna verder stijgend naar 'Alto De Meskiritz' op 951 meter hoogte, steeds over dezelfde onverharde wegen.

 

Onderweg naar Viscaret (760 meter) toonde de zon zich weer van haar beste kant. Gelukkig hadden we soms wat bomen om onder te wandelen. Langs grindwegen, via Lintzoain naar Puerto de Erro. Daar stond een kraam met frisdrank en enkele stoelen met tafeltjes, waarvan we dankbaar gebruik maakten om te eten. Daarna zakten we af naar Zubiri terwijl de zon geen genade meer kende. De natuur werd er onderweg verstoord door een cementfabriek.

 

Zo strandden we op onze eindplaats Larrasoaña. We kwamen daar aan zo'n 20 minuten voor de opening van de refuge waardoor we ons net op tijd konden inschrijven. Door de hitte zochten we een schaduwplaats. Het was te warm om verder te gaan en bovendien hadden we toch al een mooie 28 kilometer afgestapt vandaag... Genoeg is genoeg he.

 

De douche voelde weer zalig en het avondeten smaakte lekker. We zijn tevreden mensen.

 

Slaap wel.  

 

Zondag 16 Augustus 2009

0215   0240  

Lionel heeft vorige nacht slecht geslapen. Er lag iets op zijn maag maar wist niet wat. Dat speelde in het voordeel van Roland want die was voor een keer verlost van Lionels gesnurk. Op zijn beurt hoorde Lionel voor een keer wel de rest van de snurkers. Hoe dan ook, om 6.45uur hebben we de tocht aangevat. Eerst een afdaling naar Zuriain (480 meter), weer langs onverharde wegen. Dan verder 'plat' naar Zabaldia (508 meter). Wat ze hier allemaal plat noemen (zie foto)!!

 

We daalden verder naar Arre tot op zo'n 433 meter. Daar maakten we de bedenking dat het Hellegat in Westouter misschien uniek is, maar in Arre kennen ze er toch ook iets van hoor: een vrouw vlamde met haar fiets de trappen naar beneden en haar man of vriend volgde minuten later. Zoiets hebben we nog nooit gezien. Daarna ging het weer iets meer naar omhoog, naar Pamplono, de stad van de stieren en met indrukwekkende vestingmuren, een ophaalbrug en mooie toegangspoorten. De Arena hebben we helaas niet gezien, maar de kathedraal was open omdat het zondag was: effenaf prachtig!!

 

Er volgde een lange klim over Cizur Menor en Guendulàin (573 meter), langs Zariquiegui (607 meter) tot in Puerte de Pérdon op 790 meter boven de zeespiegel. Puerte de Pérdon is een kam bezaaid met windmolens en ondanks dat we geluk hadden met het weer (het weer het was 'maar' 31°C) kregen we boven een regenvlaag in ons nek. Het goot een kwartier lang (we schuilden achter het monument) en daarna klaarde het weer op.

 

Na de regen daalden we af naar Uterga, waar we een 'bar de refuge' vonden en een halve liter bier bestelden die veel te vlug uit was. Roland dacht dat hij een gat in zijn glas had. We hoorden een muziekkapel spelen. Toen we er voorbij kwamen deden Roland en Lionel - lolbroeken dat ze zijn - met de rugzak op de rug een dansje mee met de dansers. Daardoor werden we prompt uitgenodigd op een drank- en eetfestijn. We werden er letterlijk volgestopt met wijn, tappas, worstjes, ijs allerhande en kregen op de koop toe nog fruit mee ook (zie foto).

Toen we de grond onder onze voeten niet meer voelden, trokken we verder en daalden af naar Muruzàbal, Obanos (415 meter) en tenslotte naar ons einddoel Puente la Reina (346 meter) waar we onmiddellijk op de refuge uitkwamen. Daar schreven we ons in voor de refuge en genoten van een zalig stortbad. Ook hier reserveerden we een pelgrimmenu dat ons heerlijk zou smaken. We besloten de dag met dit schrijfsel net voor het slapengaan.

 

Maandag 17 augustus 2009

0262   0245

 

Na een heel rustige nacht mochten we direct klimmen van 346 meter naar Mañeru (482 meter). Ideaal om wakker te worden. Na een korte afdaling terug omhoog naar Cirauqui (498 meter). Waarom liggen die Spaanse dorpen toch zo hoog?! In Ciraqui kochten we brood en een halve liter chocomelk als ontbijt.

 

Nadien naar Lorca (483 meter) maar daar hebben we gewoon doorgewandeld. Via Villatuerta arriveerden we in Estella, een dorp op 400 meter boven de zeespiegel. Daar was de dorst zo groot dat we de bar niet konden voorbij gaan. De zon wist immers weer niet wat zuinig was. Met een frisse tong trokken we vervolgens naar Irache (496 meter). Daar vonden we de 'Bodega' waar er water en wijn kan getapt worden uit de muur. De wijn was aan de zure kant, maar wat wil je als het gratis is!

 

Vergezeld door een loodzware zon reisden we verder naar Azqueta. Dat was 582 meter hoog. Daar dronken we iets voor we de benen namen richting Villamayor de Monjardin (730 meter). Dit met 35°C in de schaduw! De eerste 'refuge' was 'completto' maar in de tweede hadden we wel geluk. De uitbaters waren Nederlanders en in de refuge ontmoetten we een Spaans gezin waarvan de vader van de vrouw afkomstig was van Vlamertinge. Zij kende onze streek goed en sprak nog aardig woordje Vlaams, hoewel ze in Brussel geboren en getogen was. Een goeie Vlaming vergeet zijn taal niet, zeker? Deze avond was het gesprek in elk geval in het Vlaams.

 

Het eten en de slaapplaatsen waren perfect.

 

Dinsdag 18 Augustus 2009

0280   0291

 

Er was al heel vroeg beweging in de refuge die morgen. Iedereen wilde blijkbaar de warmte ontvluchten en heel vroeg vertrekken. Tijdens de voormiddag was het parcours in vergelijking met de vorige dagen wat saai. Veel rechte stukken tot in Los Arcos. Daar kochten we in een winkeltje baguettes en chocomelk die we naar binnenwerkten op een stoel die langs de baan stond.

 

Soms konden we Sansol in de verte zien liggen. De zon was er voor de verandering vroeg bij en scheen verschroeiend hard. Puffend en met de zweetdruppels lopend langs neus en wangen bereikten we Sansol waar Roland onmiddellijk een bar opmerkte. Nochtans lag die een flink eindje van het parcours af. We bestelden een grote pint. De barman haalde de glazen uit de diepvries en wij konden niet direct drinken omdat het schuim bevroren was. Zo koud had het glas. Frisser kon echt niet!

 

Na Sansol was het een pracht parcours. Al na twee kilometer passeerden we door een heel mooi dorp: Torres del Rio. Daarna nog ongeveer negen kilometer dalen, tot in Viana, onze eindbestemming. We zitten nu op 469 meter hoog en deze morgen startten we op 730 meter. Maar als je denkt dat het de ganse dag dalen was heb je het lelijk mis: de valleien tussen de dorpen waren veel dieper. Vlakbij de kerk van Viana vonden we een refuge, het huis van de onderpastoor. Daar werden we goed ontvangen en kregen een maaltijd. Alles was er trouwens te betalen aan de hand van donaties.

 

Woensdag 19 Augustus 2009 

0304   0313

 

Het was een heel goeie refuge: ik (Lionel) sliep op een mat onder tafel en Roland op de tafel. Het was vroeg morgen. Om zes uur ontbijt, aangeboden door de refuge. Rond de klok van 6.40uur zijn we vertrokken. 't Was goed uitkijken waar de pijlen stonden en de stenen lagen want anders lagen we tegen dek. Het was verdorie nog donker! Na een klein halfuurtje was het klaar en kwam de zon weer aan de horizon loeren. Negen kilometer verder kwamen we Logroño binnen. Een mooi stadje waar de barman zijn plein juist had afgespoeld. Oh wat was dat fris! We bestelden er prompt een koffie en verdreven de rest van de dorst met een biertje. Op weg naar Naverrete was het precies altijd 100 meter op 100 meter af, dertien kilometer lang. Er was geen wolkje aan de lucht, gelukkig af en toe een briesje, maar 't was echt bakken in de zon.

 

Navarrete is een heel mooi dorpje, maar de eerste barman was ons niet gunstig gezind. Hij sloot juist de deur voor zijn siësta wanneer wij aankwamen. We kochten dan maar een cola uit een automaat in de hoop dat we nog een bar zouden tegenkomen. Op het marktpleintje was het bingo. Meer zelfs, toen we binnengingen voelde het net alsof we een frigo van een beenhouwerij betraden: zo fris was het daar. We dronken enkele biertjes en aten nogmaals want met dit parcours hadden we veel energie nodig. Er stonden ons immers veertien loodzware kilometers te wachten tot in Nàjera, dankzij de hitte en de staat van het parcours.

 

In de refuge in Nàjera was er geen plaats meer voor twee bezwete mannen: 'complete!'. Oei, wat nu? Ze verwezen ons door naar een sporthal, een eindje terug. Daar moesten we wachten op de verantwoordelijke. Die legde ons alles uit in het Spaans maar we verstonden er geen jota van. Een andere Spaanse wandelaar kon wel een beetje Engels en deed zijn best om het ons allemaal nog eens uit te leggen. Dat was al veel beter, nu wisten we tenminste iets. We moesten wachten tot 21.00uur om ons te installeren omdat er nog een match 'pelotte' moest worden gespeeld. Daarom zochten we een restaurantje op. Eerst waren we te vroeg en moesten we uitwijken naar een Turkse bar waar we iets dronken.

Om 19.15uur mochten we wel binnen en bestelden een pelgrimmenu: soep met dikke brokken patatten en vlees, een lap koevlees, met frietjes en brood, en als dessert een ijsje. Opnieuw met een halve fles wijn per persoon.

Na het eten, bij het buitenkomen, verschoten we ons een bult. Er stond een massa volk voor de deur terwijl een kleine stoet met levende reuzen door de stad trok. Een van hen stak Roland een ijscream onder de neus maar toen hij probeerde te likken, lukte hem dat natuurlijk niet. We bleven de stoet een eindje volgen en liepen zo terug naar de sporthal. Daar ontrolden we ons slaapmatje nog een keer want we slapen deze nacht op de grond.

 

Slaap zacht.    

Donderdag 20 Augustus 2009

0324   0322

 

Om halfvijf moest Roland plassen en zag de eersten al vertrekken. Wat heb je daar aan? Twee uur in het pikkedonker te lopen? Roland was slimmer, kroop terug in zijn slaapzak en sliep nog wat verder. Toen de wekker van Lionel afliep om 5.45uur was meer dan de helft van de pelgrims al weg. Wij vertrokken om 6.45uur. Met uitzondering van enkele fietsers die nog lagen te dutten was iedereen toen al vertrokken. En toch moesten ook wij onze 'katogen' nog gebruiken want het was nog schemerdonker.

 

We zochten onze weg naar Azofra en stegen via talrijke klimmen en dalen uiteindelijk meer dan 70 meter. In Azofra bestelden we in de plaatselijke bar twee koffietjes om ons ontbijt te vervolledigen. We waren toen reeds zeven kilometer ver. Op onze papieren zagen we dat het eerstvolgende dorp Santo Domingo de la Calzada zeventien kilometer verder lag, niets er tussen. Maar tot onze grote verwondering passeerden we onderweg toch Cirueña. Een eigenaardig stadje: het begon met een straat prachtige rijhuizen die met een poort van de hoofdweg konden worden afgesloten. Alles er op en er aan: golfterrein en openluchtzwembad van meer dan vijftig meter lang. Zeker niet de plaats voor minderbedeelden. Zeshonderd meter verder door het piepkleine, oude dorpje was een bar. Omdat de zon niet te houden was en de temperatuur flink de hoogte was ingeschoten, konden we de honderdvijftig meter omweg opbrengen en zijn we er naartoe gegaan. Wij bleken niet de enigen te zijn want de bar zat bijna vol met pelgrims.

 

Daarna weer de baan op in de brandende zon. We tuurden meermaals de horizon af maar zagen het dorp dat we zochten lange tijd niet. Tot plotseling een torentje tevoorschijn kwam dat steeds groeide. Om het te bereiken moesten we echter eerst nog het dal door om dan naar het dorp toe te klimmen. Roland heeft het zich al meerdere malen afgevraagd: waarom staan die kerken altijd zo verdraaid hoog?! In elk geval, Santo Domingo de la Calzada was een prachtig dorp. We zijn de mooie kathedraal binnengestapt maar daar er een dienst bezig was, konden we ze niet helemaal bezoeken en mochten we niets fotograferen. Buiten vonden we helaas geen bar.

 

Vier kilometer verder, rond 13.30uur aten we ons middagmaal onder een boom. In de schaduw want de zon brandde weer ongemeen hard. Daarna verder naar Groñon - ons einddoel - langs stoffige wegen. Op den duur was onze watervoorraad bijna niet meer te drinken. Het water had warmer dan onze mond en was niet meer door te zwelgen. Ja, heet water is maar brak zulle!

 

De refuge lag praktisch tegen (om niet te zeggen aan) het kerkgebouw. Het was er erg fris maar wat wil je met muren van bijna een meter dik? We mochten er op matten slapen en hadden de mogelijkheid om onze kleren eens uit te wassen en te drogen. We konden er ook eten en het was nog lekker ook. Terwijl we aten was er een processie aan de gang die we door het raam zagen passeren. Het beeld van Maria wordt er jaarlijks rond de tijd van vijftien augustus negen avonden lang rond gedragen: een novene. Wat ons hier ook weer opviel (en nog niet eerder vertelden) is dat de wandelschoentjes bijna in iedere refuge apart moeten slapen (zie foto).

 

Nu ons bed in want het was een zware dag en morgen komt er nog zo een.

Slaap zacht.  

 

Vrijdag 21 Augustus 2009

0352   0356

 

Toen we om halfzes vanmorgen onze  ogen opentrokken waren ze in het dorp nog vollebak aan het feesten. Boeltje opgekraamd en naar de ontbijttafel. Als ontbijt kregen we koffie en lekkere broodjes. Om 6.45uur zijn we gestart. Het was nog wat donker maar dat duurde niet erg lang.

 

Het stuk van Grañon naar Villamayor del Rio was  iets minder: rechtlijnig en eentonig, met dorpjes waar alles gesloten was. In Villamayor del Rio hebben we een koffie besteld bij ons eten. Daarna veranderde het parcours. Op weg naar Belorado en Villambistia kwam er meer variatie in de route. In Villambistia riep Lionel plotseling naar Roland dat hij een barbaar was maar Roland had het misverstaan: het was "Bar! Bar!" Wij er naar toe maar het was werkelijk 'barbaars' want de zaak sloot net voor onze neus. Dan maar de automaat en een halve liter cola.

 

De zon had de wolken verdreven en begon weer vlijtig haar best te doen. We stapten Esoinoza del Camino vlijtig voorbij en gingen verder naar Villafranca Montes de Oca. Dat was ons eindpunt. Mooi kerkje trouwens. De tocht vandaag ging van 724 meter hoog via vele 'heuveltjes van Erika' naar een hoogte van 948 meter. De schoenen van Lionel hielden niet echt van de ondergrond want ze wilden zo te zien niet meer meewerken.

 

We logeren vanavond in een prachtige en goed onderhouden refuge met goeie slaapaccommodatie. We vonden in Villafranca Montes de Oca bovendien een restaurantje met goede wijn en heel lekkere vis met frietjes. Nu vroeg naar bed want morgen is het weer vroeg dag.

 

Zaterdag 22 Augustus 2009

0363   0368

 

Heel vroeg dag vandaag. We willen straks vroeg in Burgos zijn nieuwe schoenen te kopen voor Lionel. Om de slaap helemaal te verdrijven wachtte ons een klim van 948 meter tot 1185 meter: de sweater die we hadden aangetrokken om dat het nogal fris was, moest al vlug uit. Heel steil omhoog, daarna steil afdalen en weer steil omhoog. Richting Saint Juan de Ortega, waar we aten en koffie bestelden. Daarna volgden Agés en Atapuerca.

Het parcours vandaag was echt magnifiek: voortdurend op en neer, soms net als een maanlandschap, met steeneiken tussen de grote keien. Veel charme zo'n steeneik maar als je het mij vraagt niet meteen een prachtige boom...

 

In Villalval vonden we een kleine bar om onze dorst te lessen en later, te Cardeñurla Riopico, haalden we nog een cola uit de automaat want de zon had weer geen genade met ons. In Orbaneja Riopico aten we een tweede maal in een kleine bar. In dit dorpje moesten we goed opletten want Lionel wist dat er een alternatieve route loopt naar Burgos. We wilden de industriezone vermijden en stapten richting Castañares. De weg daar liep grotendeels langs een vliegveld wat ons beter leek dan al die vrachtwagens.

 

Burgos zelf was het saaiste en moeilijkste gedeelte van de dag: proberen niet te verdwalen in een grootstad met op verschillende plaatsen wegenwerken... Zoek de pijlen daar maar eens zonder dat je Spaans verstaat! Uiteindelijk vonden we ze toch de pijlen en strandden in een refuge dichtbij de kathedraal.

 

Onderweg had Lionel zijn schoen omwonden met plakband van een Spaanse verpleger-pelgrim, genaamd Rapha. Zijn constructie had voortreffelijk stand gehouden. Na een douche gingen we op zoek naar schoenen. We zagen er wel verschillende in vitrines maar konden er geen kopen... Zaterdagnamiddag: alle winkels gesloten tot maandag! Dan maar de kathedraal bezocht. Een pracht van een bouwwerk maar moeilijk op de foto te krijgen. Veel te groot vanwege de verschillende delen: hoofdpoort, bijgebouwen enzovoort.

We slapen in de refuge Sante Catalina, slechts achttien plaatsen maar heel goed verzorgd.

 

Zondag 23 Augustus 2009

0378   0395

 

Deze morgen wekte de GSM van Lionel ons om 5.45uur. Ontbijten deden we in de refuge en tot onze tevredenheid was er zelfs oploskoffie die we ons lieten smaken. Enige moeilijkheid was de draaitrap afgeraken met onze rugzak: twee verdiepingen hoog met treden van 30 centimer hoog. Eenmaal buiten hoorden we nog de fuifbeesten van de stad. We trokken verder langs de kathedraal, langs een kant die we nog niet gezien hadden. Moeilijk te beschrijven als je het niet zelf gezien hebt. Dit gebouw is te groots.

Om buiten Burgos te geraken moesten we door het oude gedeelte van de stad. Veel mooier dan het nieuwe gedeelte van gisteren dat lang en saai was. Eenmaal buiten de stad krinkeldewinkel weggetjes naar Tardajos,­­ plusminus tien kilometer verder. Daar kochten we een broodje met ham en een koffie in de plaatselijke bar omdat er op zondag geen bakkers open zijn. De zon kende geen problemen met de wolken want die waren er niet waardoor onze huid verder verschroeide: de neus van Roland was nu al drie keer verveld.

 

Binnen de kortste keren wandelden we door Rabé de las Calzadas naar Hornillos del Camino. Daar kochten we twee zachte pistoletjes met gandaham en koffie. Verderop, in Arroyo san Bol, dachten we iets te nuttigen maar dat was naast onze neus: er was enkel een huis (de refuge). We bevonden ons nu op hoogplateau. En de zon en de warme wind deed ons water snel slinken. Hoewel we dachten dat we onze kilometers al lang hadden afgelegd, was er in de verste verte niks te zien. Tot plots in de diepte een kerktoren met huizen voor ons verscheen.

Als je dit dorp met de mobilhome wilt bezoeken, ben je er op voorhand aan voor de moeite: zulke smalle straatjes! Refuges waren er genoeg. Wij kozen de 'refuge municipal', een frisse en gezellige refuge met heerlijke douches. Omdat we tot 19.00uur op ons pelgrimmenu moesten wachten, rustten we buiten wat uit. Boven ons zwermden opeens een tiental arenden, sommigen hoog, anderen heel laag. Geen enkele duif meer te zien rond de kerk. Onze vriend Rapha was er trouwens ook weer. We komen hem nu bijna elke avond tegen.

 

Na het avondeten maakten we kennis met een Pool, werkend in Wenen als ambulancier en een grote liefhebber van fotografie en voetbal. Vandaar zijn aardig mondje Duits (beter te verstaan dan Spaans of Pools!). Hij toonde ons enkele foto's van een stierenloop die hij genomen had in Los Arcos, waar wij enkel nog de afspanning en de arena hadden gezien omdat we er een dag later passeerden. Om 22.30uur haastten we ons naar de refuge want wie te laat komt staat voor een gesloten deur en moet buiten slapen.

    

Maandag 24 Augustus 2009

0404   0441

 

Op gestaan met de anderen, dus heel vroeg. Het was nog donker (maar wel aangenaam koel) toen we Hontanas verlieten, dus even moeten zoeken naar de pijlen. We vertrokken op een hoogte van 750 meter, vier kilometer ver naar San Anton (810 meter) waar we een ruïne zagen.

 

Daarna afdalen naar Castrojeriz. Een stadje op 750 meter hoogte dat eigenlijk rond een berg is gebouwd. Boven op de berg staat een ruïne van een kasteel. In Castrojeriz voltrokken we ons (bijna) dagelijks ritueel: koffietijd! We stapten het dorp af, gans de ronde (bijna vier kilometer) richting Alto de Mostelares (900 meter) en gingen daarna zes kilometer tot in Ermita de San Nicolas (770 meter). Daar wilde onze heel gelovige Poolse vriend de ceremonie van de voetwassing meemaken. Dat deden wij niet omdat we dan mogelijk te laat onze eindbestemming zouden bereiken. En daarom namen we afscheid.

 

Een 200 meter verder kwamen we aan de provinciegrens en stapten de provincie Palencia binnen via een mooie brug over Rio Pisuerga. Dan naar Itero de la Vega, een heel klein dorp met twee refugen, waar we een pintje dronken. Daar zagen we de Duitser Dietmar terug die we al enkele dagen zien. Hij is ook van zijn thuis vertokken: in Stuttgart en helemaal alleen notabene!

 

Daarna nog acht kilometer over rolstenen. Bijna het hele parcours naar Boadilla Del Camino is met van die losliggende keien bedekt. Boadilla Del Camino is geen aantrekkelijk dorp (daar hadden we echt niet graag geslapen) maar ons doel lag zes kilometer verder. We wandelden een hele tijd langs het Canal de Castilla. Om in Frómista te geraken moesten we over een sluisbruggetje van 50cm breed en we moesten denken aan onze vriend Jozef: wat zou hij hier zweten! Na een beetje zoekwerk vonden we een refuge in de nabijheid van een mooi kerkje. Eerst gedoucht en daarna even gaan kijken naar een tijdrit van een goed gesponsorde wielerwedstrijd. Na het avondmaal naar bed want Roland voelde zich niet zo fit.

 

Dinsdag 25 Augustus 2009

0445   0465

 

Ze waren weer allemaal vroeg uit de veren. Roland voelde zich nog steeds slap. Hij had deze nacht vier maal naar het wc moeten rennen, ondanks zijn Immodium van gisteravond. Tijdens het ontbijt kwam een in Oostenrijk wonende Taiwanese ons vragen of het echt waar was dat wij vanuit België vertrokken waren. Ze heette Paula Sunk Fu en feliciteerde ons maar bleek dat zij uit Wenen was vertrokken: 2700 kilometer tot in Compestella. Je ziet wel: wij zijn belange nog niet van de strafste. Het was heel fris en nat toen we startten. Niet verwonderlijk want het had vannacht geregend en gedonderd. Roland moest vandaag noodgedwongen met buikkrampen vertrekken.

 

In Población de Campos kochten we brood en een cola en aten op een bank van het kerkplein. De weg liep in een rechte lijn tussen massa's betonnen paaltjes met de St Jacobschelp erop, tot in Carrión de Los Condes. Daar hebben we onze dorst gelaafd en kochten een halve liter cola voor onderweg want er stond ons een stuk van zeventien kilometer te wachten zonder tussenstops. We namen er ook afscheid van onze Duitse vriend Dietmar (zie foto) want zijn voet deed pijn en hij wilde deze laten rusten. We verlieten het dorp via een kort stukje asfalt maar dan... zo ver we kijken konden keien, keien en nog eens keien. Ongeveer halfweg vonden we een betonnen bank waar Rapha - onze Spaanse vriend - met een mooie Spaanse vrouw zat uit te rusten. We hadden haar al regelmatig gezien maar we kenden haar naam niet omdat ze enkel Spaans verstond. Na de inwendige mens versterkt te hebben - wat Roland steeds beter en beter lukte - trokken we sloffend verder over de keien. De

zon deed haar werk weer meer dan behoorlijk en het werd bloedheet. Zo ver we kijken konden zagen we keien. En 't was geen oplossing om op het veld te lopen want daar lagen minstens evenveel keien en de strobbels van het graangewas. Aan de kant van de weg was het gras zwart. Het leek verbrand door de hitte.

Plots hoorden we Rapha een eindje voor ons luidkeels zingen. Hij had het kerktorentje voor ons ook gezien, maar dat was nog een eindje weg. We hadden geluk. Een gebouwtje net voor het dorp het was de 'albergue', met een rare kwast als inschrijver. De Taiwanese vrouw van deze morgen kwam ook binnen en schreef zich in. De uitbater wijsde haar, haar bed aan want dat mocht je niet zelf kiezen. Even later zag de armen en dijen van Paula met enkele letsels van insectenbeten. Hoewel haar benen goed verzorgd waren keerden hij terug met een spuitbus en begon alles te bespuiten waar ze geweest was, zelfs het zwembad, alsof ze de pest had. Erg vernederend. Niemand anders maakte een punt van die beten. Smetvrees? Gesteund door ons en schreiend, trok ze weg naar een hotel 200 meter verder waar ze 15€ moest ophoesten in plaats van 6€. Wij bleven in dat hotel eten en hadden er nadien een gezellige babbel met Paula en een Belgische vrouw. Die laatste wandelde slechts voor een dag of tien, elk jaar een stukje verder. Daarna zochten we onze slaapzak op en deden dodo.

 

Woensdag 26 Augustus 2009

0471   0487

 

Roland had een slechte nacht. Deels door diaree maar niet in het minst door het slechte nieuws van het thuisfront. Toen we aanstalten maakten om te vertrekken was iedereen al weg. Zoals gewoonlijk waren we de laatste. Buiten was het nog donker. Niet zo heel lang later moesten we noodgedwongen halt houden. In Ledigos dronken we een koffie omdat Roland  heel dringend een toilet nodig had. Daarna volgde een onverhard pad naast de grote baan dat we de hele dag zouden volgen: de 'Meseta' van Terradillos de Templarios naar San Nicolas del real Camino, waar we een 'bocadillo' bestelden met serannoham en koffie. In ons kielzog kwam ook Paula ook toe, van wie we even later afscheid namen omdat ze een halve rustdag nam. Een Italiaan met een karretje was het zelfde van plan.

 

Wij trokken nog tien kilometer verder langs vlakke wegen naar Sahagún. Daar lasten we een korte pauze in en stapten een Ierse café binnen voor een pilsje. Toen we weer weg waren riep Roland plots "Stop!" Hij had een apotheker gezien waar we plakbond konden kopen voor de schoenen van Lionel. In Calzado de Coto raakten we even de weg kwijt en toen bleek dat we op een alternatieve weg zaten keerden we terug. Mede daardoor (maar ook door de warmte) wogen de laatste vijf kilometer zwaar door. Maar toen kwam ons einddoel in zicht: Bercianos del real Camino, een lemen stadje, zelfs de refuge was deels van leem. De vloer van de refuge was gemaakt van keien. Heel mooi. Ons avondeten werd verzorgd door de refuge zelf en was erg lekker. We liepen nog even naar het plaatselijke winkeltje om toespijs te kopen voor morgen. 't Leven is hier voor de rappe hoor. Je moet eten kopen zodra je het ziet. Daarna vlug het bedje in want we konden wel wat rust gebruiken. 

 

Donderdag 27 Augustus 2009

0499   0500

 

De pelgrims mochten niet buiten voor 6uur en daardoor begon het gerammel deze morgen ietsje later. Het parcours is nog altijd de 'Meseta': recht glooiend, onverhard en heel warm. We passeerden langs El Burgo Ranero en Villamarco tot Reliegos waar we ondergrondse huisjes zagen die nog steeds werden bewoond.

 

We wisten dat de tocht van vandaag slechts een goeie 25 kilometer was en dat gaf ons - ondanks de warmte - vleugels tot in Mansilla de las Mulas, onze eindplaats.

 

Na de inschrijving in de refuge namen we een uitgebreide goeie douche, aten iets en schreven dit verslag.

 

Tijdens het schrijven van dit verhaal passeerde die Spaanse vrouw van wie we de naam niet kenden. Ze legde ons met handen en voeten uit dat er in het volgende dorp (zeven kilometer verder) een privé refuge was.

 

Jammer genoeg stond dat niet op onze papieren. Nochtans was dat handig geweest want daarmee hadden we de lange tocht van morgen een stuk kunnen inkorten. Uit pure ontgoocheling (of was het vermoeidheid?) namen we geen foto's van de refuge. We aten nog een pelgrimmenu met een pintje en daarna vroeg naar bed. 

Vrijdag 28 Augustus 2009

0509   0520

 

Deze ochtend opgestaan om 4.45uur. Heel stilletjes om de anderen niet te wekken. Een brok brood met cola en toespijs als ontbijt op de binnenkoer van de refuge en weg waren we. In het donker was het niet moeilijk om de weg te vinden omdat het nog altijd rechtdoor was. Dat bleef zo tot vier kilometer voor León. Gelukkig ontmoetten we een Canadese die een mondje Vlaams kon en Frans en Engels sprak. Dat gesprek brak de eentonigheid.

 

In León kochten we een koffie bij ons eten en namen we afscheid. We bezochten er de kathedraal, een prachtig bouwwerk. Heel het oude gedeelte van León was eigenlijk mooi met als uitschieters een stuk verdedigingsmuur en een prachtig museum waarnaar Lionel op de foto zat te kijken met een (bronzen) medepelgrim. Schoenen voor Lionel vonden we echter niet. Een kilometer of vier buiten León werd de weg opnieuw rechtlijnig, eentonig en onverhard. In La Virgen del Camino kochten we een grote chocoladekoek met een biertje om de inwendige mens te versterken.

 

Vervolgens in rechte lijn en in één trek dertien kilometer naar ons eind doel terwijl de zon onze kuiten nog wat bruiner maakte en het gedronken vocht er terug uitperste. In Villadangos del Páramo liepen we recht op de refuge de douches binnen: "tssssss", siste het in de douche. Na het verfrissende stortbad dat we lang lieten duren zochten we eten voor morgen in een super(!) mercado. Echt super was die niet want het winkeltje was nauwelijks te vergelijken met een piepklein buurtwinkeltje in België. Ons eten bestelden we in een restaurantje, jammer dat de serveuse niets anders sprak dan Spaans, want het was een beeldschoon meisje. Toen onze vochtbalans weer een beetje op peil was, gingen we rustig slapen.

 

Zaterdag 29 Augustus 2009

0554   0557  

Deze morgen op het gewone uur opgestaan en de broodjes met chocolade die we hadden besteld verorberd met een tas chocomelk. Toen we buiten kwamen was 'la Guardia Civil' al naarstig auto's aan het controleren. We liepen een kort stukje langs een wandelpad naast een grote baan. Eerst richting San Martin del Camino en daarna richting Hospital de Árbigo. Daarna gingen we weg van de baan en trokken de natuur in. Voor ons zagen we de langste authentieke brug van de Camino. Ze kon zelfs niet in een keer op de foto: een prachtig stukje geschiedenis!

 

Bij het buitengaan van het stadje splitsten de oude weg en de variante. Die laatste was wel een kilometer langer, maar zeker de moeite waard. Vooral voor wie van keien houdt natuurlijk. Zowel langszij Villares de Órbigo en Santibáñez de Valdeiglesias als in Crucero de Santo Torbio: steeds maar op en neer op onverharde harde keien.

 

Boven op de heuvel bij het kruis zagen we San Justo de la Vega en Astorga liggen. Maar eerst moesten we een erg steile afdaling door. In San Justo de la Vega bestelden we een 'bocadillo jámon' en een pint omdat het reeds 12uur was. Niet veel later, onderweg naar Astorga, achterhaalden we Jessy, de Canadese polyglot die met ons op de foto wou, en zelf ook een foto nam van ons beiden. In de verte pronkte de kathedraal al. Voor een spoorwegovergang moesten we een brug voor rolstoelpatiënten over om Astorga binnen te geraken. Vanaf de spoorweg moesten we dan een drietal 'verdiepingen' hoger om de stad te bereiken, die zeer toeristisch was. Astorga is een mooie stad met oude gebouwen: eenkathedraal die jammer genoeg achter stellingen was verborgen en een bisschoppelijk paleis van de hand van Antonio Gaudi. Bij het verlaten van de stad merkten we verwonderd een heel modern kerkgebouw op.

 

We moesten nog negen kilometer en het was heel warm. We dronken een biertje in een bar en gingen daarna weer op pad. De natuur was heel mooi met miniatuur boompjes en veel dor gras zo ver je kon kijken, tot in Santa Catalina de Somoza. Dat was onze slaapplaats.

 

De hoofdstraat is van aarde. Omdat er twee refuges waren moesten we een keuze maken. Bij het avondeten zat de refuge vol: mensen zaten in rijen te kijken naar het voetbal op TV. Ambiance verzekerd! Die Spanjaarden zijn zot van voetbal.

 

Wij bestelden een ontbijt voor 7uur en kropen voldaan in ons bed.

 

Zondag 30 Augustus 2009

0595   0605  

De biologische klok van Roland werkt nog steeds zeer goed. Dat hebben we vanmorgen ondervonden omdat de wekker van Lionel dienst weigerde. Beneden in de refuge stonden we echter voor minder aangename verrassing want de lieve baas had de man van de keuken niet verwittigd waardoor er in de verste verte geen ontbijt te bespeuren viel. De man die we zochten kwam aan om 7.30uur, wist van niks maar maakte vlug koffie en geroosterd brood met confituur voor ons klaar. Toen Roland wilde betalen wilde hij niets aanvaarden als excuus en hij gaf ons zelfs nog twee flessen water mee.

 

Ohh, wat was het koud toen we vertrokken! Zelfs Roland ritste zijn sweater dicht en dat gebeurt niet veel. We volgden een rustig slingerend weggetje dat lichtjes opliep tot El Ganso (van 997 tot 1013 meter). Daarna verder tot Rabanal del Camino tot op 1149 meter hoogte, constant op en af. Volgens ons boekje zouden we in Foncebadón (1439 meter) een dorpje vinden maar daar aangekomen was het van njetje: alles potdicht. Gelukkig hadden we nog wat water voor we een prachtig paadje beklommen naar Gruz de Ferro (1517 meter), het hoogste punt van de Camino. Eigenlijk is dat vooral symbolisch want Cruz de Ferro is niets anders dan een hoop stenen en een houten paal met een ijzeren kruis erop waar vele pelgrims een boodschap opschrijven.

 

Daar zochten we alle restjes eten die nog in onze rugzak zaten en deelden met elkaar omdat we langs de weg nog niets gevonden hadden. Twee kilometer verder, in Manjarín (1458 meter) vonden we iets wat ooit een dorp moet zijn geweest. Er stonden enkel nog twee bewoonbare huisjes: de refuge zelf en nog een ander (waarschijnlijk het verblijf van de uitbater van de refuge). De rest waren ruïnes van huisjes. Daarna ging het weer de hoogte in naar een militaire basis op 1500 meter om daarna vier kilometer af te dalen over een onverhard wegje naar El Acebo op 1145 meter.

In dat klein dorpje waren er drie refuges waarvan we er op goed geluk eentje uitkozen. Het was pas toen Lionel het kacheltje in de refuge voorbij liep dat hij zich herinnerde dat hij hier zes jaar geleden ook geslapen had.

 In El Acebo - een mooi dorpje trouwens - vonden we tot onze grote vreugde nog een winkeltje zodat we toespijs en brood konden kopen voor in de rugzak. Na het avondmaal kropen we vroeg in onze slaapzak want morgen opnieuw een tocht van 36 kilometer. 

 

Maandag 31 Augustus 2009

0617   0626

 

Om 6.30uur hadden we al een halve 'bocadillo' achter de kiezen en vertrokken we nog voor het ochtendgloren. Het was nog pikdonker. Gelukkig waren we goed voorzien want dit stuk zonder zaklamp zou zeker gebroken benen opleveren. Ondanks het vroege uur was het al niet redelijk warm, het beloofde weer snikheet te worden.

 

Het duurde niet lang voor de zon opkwam en het pad opklaarde. Toen bleek heel duidelijk dat het parcours niet van de poes was...

We passeerden door Riego de Ambrós. Een heel oud dorpje waar de waterkraan ook droog stond, net als in de refuge. Nadien moesten we weer het 'wandelpaadje' op. Langs het pad stond een bordje voor fietsers met een doodskop. Het werd snel duidelijk waarom. Mensen met hoogtevrees nemen hier best een doos pampers mee of blijven best thuis. Maar het was wel wondermooi. De hele weg tot in Molinaseca was fantastisch. Niet met woorden te beschrijven.

Zes kilometer verder kwamen we langs een klein baantje Ponferrada binnen, een tamelijk grote stad. Het oude gedeelte had een grote burcht en een kerk en was machtig schoon. En Lionel vond er zelfs nieuwe schoenen (eindelijk!). Gedaan met de schrik dat de zool helemaal zou loskomen want dat zat er beetje bij beetje aan te komen en zijn eerste paar was al gesneuveld in Frankrijk. Nog vlug langs een bank gepasseerd om een beetje eigen geld los te prutsen en dan weer verder. Toen we Columbrianos naderden kon Roland zich niet inhouden en riep plots: 't is niet omdat je nieuwe schoenen hebt dat je rapper moet gaan he!" Lionel antwoorde gevat dat hij nu eindelijk de stenen niet meer voelde. Het ging verder langs grindweggetjes, zwetend en puffend (vooral Roland want Lionel voelde de stenen niet meer) naar Fuentes Nuevas waar we een pijl 'BAR' zagen. Zo'n kans konden we niet laten liggen, hoewel de camino rechtdoor was. We smachtten naar een frisse halve liter want de temperatuur was ver boven de dertig graden gestegen. We maakten van de gelegenheid gebruik om het warm water uit te kippen en te vervangen door koel water.

Na de pint gingen we verder de camino op waar we Kathy, een Poolse studente aan de universiteit in Spanje, ontmoetten. Een meisje van amper 20 jaar jong (!) en ze liep alleen de camino af. Ze sprak een aardig woordje Engels en had Spaans gestudeerd. Zij bleef met ons mee wandelen langs Camponaraya naar Cacabelos waar ze eigenlijk van plan was om te stoppen. Omdat we dorst hadden en Kathy aangenaam gezelschap was trakteerden we haar een cola. Ze gaf ons haar emailadres om onze foto's later uit te wisselen en besloot uiteindelijk om toch nog mee te trekken naar onze bestemming, een zevental kilometer verder.

 

Even buiten Pieros stonden we voor een splitsing: voetweg of grote baan. We namen de voetweg en na enkele kilometers kwamen we een dorpje binnen. Kathy vroeg er aan een bewoner waar we waren. Ik weet niet precies waar maar het klonk in elk geval niet als Villafranca del Bierzo. Dat was nog vier kilometer stappen. Als we de andere weg hadden genomen aan de splitsing waren we er al bijna geweest. De lach op haar gezicht maakte plots plaats voor een zucht van vermoeidheid. Bovendien waren die laatste kilometers erg warm. Lang en zwaar, klimmen en dalen, en niemand sprak nog een woord want anders droogde je mond te vlug uit. Het was een erg lastig stuk en toch genoot Roland met volle teugen van de prachtige natuur.

 

Plots doken uit het niets twee kleine torentjes en daken van huisjes op. Oef! We waren er. De eerste refuge aan het begin van het dorp was onmiddellijk de juiste: refuge municipal. Roland deed er met de rugzak nog aan enkele step-oefeningen op de trap alsof het nog niet genoeg was geweest. Haar gezicht veranderde weer in dat stralende zonnetje van eerder op de dag en ze zei dat ze blij was dat ze mee was gegaan met ons.

 

Daarna douche in, bed opgemaakt, eten gezocht in het dorp en nog een beetje nagekaart op de trap voor de refuge want het was nog altijd verschrikkelijk warm.

 

PS:  Kathy is een Poolse studente, die een jaar naar Barcelona kwam met een uitwisselingsproject om Spaans en Catalaans te leren. Daar hoorde ze van de 'camino' en als gelovige mocht ze van haar vader de camino doen. Ze had maar een heel beperkt budget en leefde zoals wij dat in Frankrijk hadden gedaan: van stokbrood en een beetje toespijs, en af en toe een tros druiven dat ze plukte van een wijngaard. Ze vertelde ons dat ze in Polen al een bedevaart van 500 kilometer had gedaan in groep.

 

Dinsdag  1 september 2009

0654   0659  

Deze morgen de dagelijkse routine: eten en wegwezen. We vertrokken op een hoogte van 511 meter en moesten de pijlen volgen richting Pereje (542 meter). De eerste kilometers liepen naast de grote baan. Tussen hoge bergflanken door stapten we naar Trabadelo (578 meter) en daarna naar La Portela de Valcarce op 604 meter hoogte. Daar bestelden we een 'bocadillo quese'  met een koffie alvorens we verder koers zetten naar Ambasmestas en Vega de Valcarce (630 meter). Daar slaakten we een zucht van opluchting: eindelijk weg van de grote baan!

 

Vanaf dit punt werd het een heel mooi, maar lastig parcours, richting Ruitelán (690 meter). Zo verder naar Las Herrerias (702 meter) en twee kilometer verder naar La Faba (917 meter). Dat was even zwoegen. En daarna nog eens drie kilometer naar La Laguna (1100 meter). Daar konden we een biertje verkrijgen maar stel je er niet te veel bij voor: het dorp was een allegaartje van enkele boerderijtjes en een cafeetje, met koeienvlaaien op de baan en veel loslopende honden die werkloos waren, want  hun taak is de koeien van en naar de bergweide te halen als ze gemolken moeten worden. Toen we de grenspaal van Galicië passeerden merkten we dat het landschap steeds groener werd. 


Het was nog tweeënhalve kilometer tot O Cebreiro (1298 meter hoog). Dat was even doorbijten maar het panorama was er prachtig. Boven op de top stond er een koud windje en zagen we een heel ander beeld. Even prachtig maar totaal anders. O Cebreiro is een gezellig stadje met 'palloza's', typische kleine huisjes.

Eentje ervan was ingericht als souvenirwinkel. In de kelder van dat winkeltje was er een bar waar we een paar koffietjes dronken. Daarna vulden we in het restaurant onze buikjes voor we terug naar de refuge gingen. Brrr! 't Was er wel koud hoor, op die hoogte. Toen we het bed indoken kropen we dit keer wel in de slaapzak (en niet er op zoals we vaak deden). Het was er verre van warm!

(Hier boven onze onbekende Spaanse rustend in de zon.

Aan de warme kant van de bergkam.)

 

Slaap wel brrrrrr...

 

Woensdag  2 September 2009

0690   0697

 

Om 6.30uur vertokken. De eerste kilometers liep langs de baan en we waren van plan om vandaag 38 kilometer te doen. Eerst in dalende lijn langs Liñares en Alto de san Roque naar Hospital da Condesa waar we een 'bocadillo' en een koffie bestelden. De bar was 'nogal' klein: zes stoelen en een toogje.

 

Na de koffie gingen we verder naar San Juan de Padornelo, waar we tussen de koeien verzeilden. Gelukkig dreven de honden ons niet verder terug.

We stegen - op en neer gaande - van 890 meter tot Alto do Poio dat op 1337 meter ligt. Daarna moesten we twaalf kilometer zakken langs vijf piep kleine dorpjes, tot in Triacastela (665 meter). Daar dronken we een biertje en bewonderden de fiets van een dorstige fietser.

 

Wanneer keel wat beter was geolied, namen we de benen, via San Xil, afwisselend klimmen en dalen naar Calvor en Sarria (420 meter) wat ons einddoel was.

We vonden nog net een plaatsje in de refuge. Want de eerste die na ons kwam kreeg te horen dat het 'complet' was. In het bar-restaurantje schuin voor de refuge vroegen we wanneer een pelgrimmenu konden eten. De vrouw zei: "8". Wij dachten dat ze acht uur bedoelde en bestelden een pintje omdat we dachten alle tijd te hebben. Maar we hadden ons vergist: het was 8€ voor het pelgrimmenu en het eten werd onmiddellijk geserveerd. Geen probleem hoor, integendeel dat kwam ons beter uit.

 

Ik weet nu niet of dit in gans Spanje zo is maar aan deze kant van Spanje vind je erg veel afval rond de tafels. Ze werpen hier alles op de grond: papier sigarettenpeuken, enzovoort. Totdat het teveel wordt. Dan vegen ze het een beetje tezamen zodat ze opnieuw kunnen beginnen. Ik zie dat bij ons niet vlug gebeuren.

 

Gezien de drukte hadden we deze keer onze slaapplaats niet kunnen kiezen. We kregen de twee laatste stapelbedjes toegewezen die twee aan twee tegen elkaar geschoven waren om plaats te winnen. Roland had geluk en kreeg een mooie Spaanse naast hem op het bovenste verdiep. Al weet ik niet of dat bevorderlijk was voor een goede nachtrust. 's Morgens beweerde hij in elk geval dat hij goed geslapen had...

 

Donderdag  3 September 2009

0718   0726

 

Onze barman had beloofd open te zijn voor het ontbijt maar we werden weer eens bij de neus genomen. Op dat vroege uur liggen de Spanjaarden blijkbaar nog in hun bed. Deze keer zijn we niet blijven wachten en vonden 400 meter verder een slimmere barman die wel open was en waar we konden ontbijten.

 

Onze route bracht ons langs bocht- en schaduwrijke wegen, door allerlei kleine dorpjes. Dikwijls moesten we er tussen de koeienvlaaien laveren. We waren op weg naar Portomarin. Eigenlijk is dat een stadje waarvan het oude deel helemaal verdwenen is in het stuwmeer van Belesar. De bijzonderste gebouwen hebben ze echter steen voor steen herbouwd op een hoger niveau (o.a. de kerk en het gemeentehuis). Al de rest is onder het water verdwenen. Omdat het water nu heel laag stond kon je de oude brug nog. Om je een idee te geven: toen Lionel zes jaar geleden op dezelfde plaats passeerde stond het water tot aan de bovenste bruine strepen van de nieuwe brug.

 

Nu is Portomarin een levendig stadje met veel winkels en café-bars. In een ervan hebben we een 'bocadillo' besteld en een koffie. Na Portomarin moesten we een smal ijzeren brugje over om vervolgens een flink eind te klimmen door een bos naar Gonzar. In de refuge municipal was eerst geen water, maar om 16uur konden we de douches gebruiken. We aten een bord pasta met stukjes vis, daarna 'melousa' en frietjes. Dat moest een soort zeesnoek zijn volgens Lionel. In elk geval heel lekker: overal waar deze vis te verkrijgen was, lag deze op ons bord. Als afsluiter een ijsje en alles vergezeld met een halve liter rode wijn de man. Zo met het buikje rond het bedje in, naar dromenland. 

 

Vrijdag  4 September 2009

0735   0747

 

Omdat ze ons waarschuwden dat we best voor drie uur een refuge moesten (anders is alles completo) gingen we vroeg de baan op. De drukte is niet te wijten aan het feit dat er minder refuges zouden zijn maar heeft te maken met het feit dat er heel wat groepen zijn die enkel de laatste 100 kilometer van de route wandelen. Gelukkig was het parcours het eerste uur een effen paadje. We stapten op en neer langs prachtige wandelpaadjes, slingerend door kleine dorpjes die voor je beseft dat je er bent al weer voorbij zijn.

 

Zeventien kilometer verder zijn we even gestopt in Palas Do Rei om de inwendige mens te versterken. Daarna gingen we verder langs gelijkaardige paadjes tot Leboreiro, waar we een stuk cake kochten met een drankje en waar veel groepjes pelgrims zaten te verpozen. Toen we Melide binnenstapten belandden we in een ware stormloop. Iedereen probeerde om een plaatsje te bemachtigen in de refuge. We hadden geluk en vonden een bed om van de drukte te bekomen. We kregen elk een van de zeven laatste plaatsen.

 

Toen we in het restaurant zaten, hoorden drie Belgen ons praten en spraken ons aan. Ze waren uit de streek van Merelbeke-Gent en waren gestart met de fiets in Pamplona. Het was een fijne babbel. Maar daardoor verloren we het uur uit het oog. Plots was het 22uur en normaal sloot de deur van de refuge om 22uur. We haastten ons er naartoe. Om 22.07uur precies zuchtten we opgelucht want de conciërge kwam net buiten en liet ons binnen. Vlug het bedje in en maffen.

 

Zaterdag  5 September 2009

0762   0765

Lionel kon voor een keertje niet slapen. Er was iemand in de kamer die luider snurkte dan hijzelf: een duchtige concurrent maar Lionel verloor de strijd en kon de slaap niet vatten! De wekker hield daar echter geen rekening mee en bij het ochtendgloren sleepten we ons uit bed. Lionel wist nog van de vorige keer dat we naarstig zouden moeten klimmen vandaag. Hij herinnerde zich nog goed het hijgen boven.

 

De weg liep door een soort eucalyptusbossen en liep gestaag op en neer langs kleine dorpjes (of soms gewoon langs twee boerderijtjes met een dorpsnaam) tot in Arzúa. Tot daar was het weer redelijk fris geweest. We bestelden er een 'bocadillo' (ah ja; dat is in feite gewoon een belegd broodje zoals bij ons dat warm of koud verkregen kan worden) en een koffie en Roland nieuwe batterijen voor zijn zaklamp.

 

Met nog veertien kilometer voor de boeg vertrokken we weer over gelijkaardige wandelpaden: redelijk schaduwrijk want in de 'camino' schuwen ze asfalt als geen ander. Ondertussen dreef de zon de temperatuur de hoogte in. Zonder te stoppen stapten we door tot in Empalme-Santa Irene waar we vroeg in een refuge aankwamen. Van die tijd maakten we gebruik om meerdere kledingstukken met de hand uit te wassen en op te hangen aan de wasdraad in de zon. Daarna genoot Lionel duchtig van een uiltje vangen met veel gesnurk. Na twee uurtjes drogen hebben we de was binnengehaald en trokken naar het restaurant om te genieten van ons avondmaal, met een lekker biertje nadien.

 

Zondag  6 September 2009

0771   0773

 

Vandaag een halve rustdag. Slechts twintig kilometer gewandeld. We hadden immers besloten om niet tot Compestella te gaan omdat in Santiago nu het 'grootfeest' plaatsvindt: teveel toeristen en teveel pelgrims die dat wierookvat willen zien bengelen. Maandag zou het er rustiger moeten zijn. We probeerden anderhalf uur langer te slapen maar het geroezemoes en het gestommel van onze buren die wel heel vroeg in Santiago de Compostela wilden geraken hield ons toch wakker. Koppig bleven we toch liggen tot de wekker afliep. We dachten de laatste te zijn maar, er waren nog twee anderen die het nog langer volhielden.

 

Toen we wilden vertrekken ontdekte Roland tijdens de check-up van de hand bagage dat zijn GSM mankeerde. Terug naar binnen maar nergens te vinden. Uiteindelijk rugzak ondersteboven gekeerd en zijn mobieltje gevonden bij de verse kledij die hij gisteren had uitgewassen. We vertrokken in alle rust langs een dito paadje door een eucalyptusbos met heel hoge, smalle bomen. We passeerden twee dorpjes waar we geen bar vonden en in het derde dorp - Lavacolla - liepen we de bar bijna voorbij. Vermoeidheid? Slecht zichtbaar? Ik weet het niet. Misschien hebben we wel te lang geslapen vandaag...

 

In elk geval in Lavacolla kochten we een bocadillo en een koffie. Ook daar zagen we een 'herrero'. Dat is een  bovengronds opslaghuisje voor maïs of andere graansoorten, zodat het tijdens het drogen gevrijwaard blijft van ongedierte. Soms zitten er echt mooie tussen.

 

Vanuit Lavacolla hadden we nog een zestal kilometer voor de boeg. Onderweg haalden we twee Koreaanse meisjes in. We raakten aan de praat en bleek dat ze volgende week naar België zouden komen voor een herdenking in Banneux. Zeer vriendelijke dames. Ondertussen kwam ons einddoel in zicht: Monte Do Gozo (354 meter) waar een standbeeld staat in kader van een pauselijk bezoek uit 1993 aan een centrum dat hier speciaal werd opgericht op vier kilometer van Santigo de Compostela.         


Na een douche in de refuge kwamen we Kathy, onze Poolse vriendin tegen in een cafeetje. Het was een blij weerzien. In de bar zaten nog andere pelgrims en eentje ervan maakte St-Jacobs figuurtjes uit stukjes ijzerdraad. We vroegen hem ons ook eentje te maken. Hij stemde in en toen we wouden betalen, mochten we kiezen hoeveel we gaven. 

Na het avondmaal zakten we af naar de refuge. In de keuken troffen we enkele Polen die muziek speelden: een goeie gitarist drie anderen - waaronder Kathy - die goed konden zingen. Er sijpelde meer en meer volk binnen, die nog beter konden zingen en ook bij Lionel kwam de tong los. Heel even waande hij zich weer bij het orkest. De pret zat er goed in tot de vrouw van de refuge kwam zeggen dat het bedtijd was. Maar 's nachts was er nog meer ambiance in onze kamer doordat de twee Koreaanse dames ontbraken. Ze hadden blijkbaar een stapje in de wereld gezet en wouden om half vier binnenraken. Maar eerst moesten ze de bewakers nog bewijzen dat ze ingeschreven waren en dat verliep niet echt in stilte. Een van de meisjes had ofwel hoogtevrees of was stomdronken (volgens mij het laatste) want ze weigerde halsstarrig in het bovenste bed te slapen alhoewel haar bed al opgemaakt was. Ze kroop dan maar in de hoek van de kamer, maar dat mocht niet van de bewaker... Uiteindelijk ging ze de kamer uit en kwam niet meer terug.

Toen werd het eindelijk weer rust... 

 

Maandag  7 September 2009

0817     7_september

 

We naderen het einde van onze reis. Vandaag moesten we maar vier kilometer doen. We probeerden nog eens uit te slapen maar dat lukte weer niet. Al vroeg in de morgen was iedereen rond ons aan het rammelen in zijn zak op zoek naar de properste kledij. Uiteindelijk volgden we dan maar het voorbeeld van onze mede-pelgrims. We moesten toch tegen acht uur buiten zijn (dat was praktisch in ieder refuge zo). Toen we de keuken binnenstapten om ons ontbijt te nemen vonden we het spoorloze Koreaanse meisje op drie stoelen in haar slaapzak. Wij lieten echter niet na om te praten, zij moest maar in haar bed slapen. Maar veel beweging zat er nog niet in. Haar roes was nog niet echt over, denk ik.

 

Ondertussen was het bijna klaar buiten en vertrokken we richting Santiago. Dat konden we al onder ons zien liggen. Na een de afdaling restte alleen nog een klim tot aan de kathedraal. Eerst zorgden we voor onze 'credential'. Dat was makkelijk te vinden want het stond er bomvol met pelgrims. Daarna de info bezocht om een stadsplan te bekomen want in Santiago loop je zo verloren, zelfs met plan moet je nog uitkijken.

In het infocenter vroegen waar we de bus van Eurolines konden vinden. Een vriendelijk meisje markeerde het op ons plan want van haar uitleg verstonden we niet heel veel. Er kwamen heel wat gebaren bij te pas. Eens wij bij het juiste loket aankwamen (en er zijn er nogal wat!!) kregen we te horen dat er morgen geen bus rijdt. De eerstvolgende vertrek pas woensdag. We bestelden alvast een ticket zodat we zeker zijn van een plaatsje op de bus.

  

Met de hulp van de kaart vonden we een 'albergue' dat niet ver van het busstation was. We hadden er deze morgen al pijlen naartoe zien staan. In de albergue Acuario aangekomen vroegen we of we twee nachten mochten blijven slapen want dat is niet altijd. We kozen ons een bed. Keuze zat want er was er nog maar eentje bezet.

 

Het was ondertussen al middag. Tijd om de inwendige mens te versterken en een bezoekje te brengen Santiago de Compostela. We begroeten nog enkele pelgrims die we onderweg hadden ingehaald die nu toekwamen. Bij het terugkeren naar de 'albergue' deden boodschappen voor het avondeten en het ontbijt. Het was nog altijd heel warm en deed deugd om eens zonder rugzak op stap te zijn.

 

Lionel was zo content dat we er waren geraakt dat hij de slaap niet vond. Het werd voor hem een rusteloze nacht.

 

Dinsdag  8 September 2009

0821   0833

 

Lionel stond op met strooien benen. Door de slapeloosheid zeker? Eigenlijk was vandaag een overbruggingsdag in afwachting van Eurolines-bus. Die rijdt enkel op maandag, woensdag en vrijdag en dat wisten wij op voorhand niet. We begonnen de dag met te zorgen dat we aan avondeten en een picknick voor morgen raakten. De rest zouden we wel vinden in Santiago. Voor we vertrokken nog vlug de bagage op het bed gezet om de kuisploeg niet te storen. En daarna op ons uiterste gemak de tourist gaan uithangen in Santiago zelf. Winkeltje bezocht, kadootje gekocht voor vrouw en een mis meegevolgd in de kathedraal.

 

In een restaurantje het middagmaal genuttigd, en op een terras een potje koffie gedronken, terwijl we nu en dan enkele gekende gezichten zagen toekomen zoals Dietmar de Duitser. Geloof het of niet maar zo'n de hele dag rondkuieren... we waren versleten als we rond half vijf terug op de 'albergue' aankwamen. Rondslenteren is een stuk vermoeiender dan doorstappen.

 

We gaven onze maag haar goesting en gingen nog een allerlaatste pintje drinken in het café aan de achterkant van de 'albergue'. Omdat Lionel hoopte op een rustige nacht zorgden we dat we rond 20.40uur naar bed konden. Hij had last van het gesnurk van de Mexicaan naast hem, terwijl Roland zich niets van het lawaai aantrok en indommelde. Rond de klok van 22.30 schoot hij echter plotseling wakker door een luide gil van Lionel. Zijn benen hingen uit bed en zijn adem maakte een vreemd hijgend geluid. Hij snakte naar adem en iedereen dacht dat hij een hartaanval had. Lionel was helemaal verkrampt, alles was hard gespannen. Samen met enkele aanwezigen haalde ik (Roland) hem uit het bovenste bed en legde Lionel op de grond. Iemand meende te weten hoe een hartpatiënt moet liggen. Ondertussen had de vrouw van de 'albergue' reeds een ziekenwagen opgebeld. Ik zocht en vond in tussentijd de pillen van Lionel die hij normaal moet nemen en alle papieren die nodig zouden kunnen zijn.

 

Nog geen vijf minuten later was de ziekenwagen er al. De ambulanciers stelden onmiddellijk vast dat het geen hartaanval was, maar wisten niet goed wat er dan wel precies was gebeurd. Ze namen hem mee. De vrouw van de 'albergue' had ondertussen een vriend met een auto opgebeld omdat ze zelf niet kon rijden. Samen met die vriend en de gastvrouw volgde ik de ziekenwagen door de stad. Zwaailicht en sirene... en wij maar volgen door de rode lichten. Dat duurde echter niet lang want de blauwe zwaailichten van de politie achter ons hielden ons tegen. De bestuurder stopte, sprong uit de wagen en rende naar de politie om hun alles uit te leggen waarop ze ons onmiddellijk een escorte aanboden tot aan het ziekenhuis. Nog vlugger dan de ziekenwagen want wij hadden de papieren bij ons.

 

Lionel was nog niet helemaal binnen toen wij arriveerden. Als alles in orde was met de papieren keerden we terug naar de alberge om de bagage van Lionel te halen. Die brachten we vervolgens naar het ziekenhuis brachten, maar dit keer veel trager. Ondertussen was het al 1.30uur. Ik vroeg hoeveel ik de gastvrouw moest betalen, maar ze wilde niks enkel een dikke knuffel.  

                       

Woensdag 9 en donderdag 10 September 2009

 

  •  Hoe ik ben thuis geraakt... (Roland)

  •  

    bis_849    Naar_huis_2

 

Ik had die laatste nacht niet veel geslapen. Was constant met mijn gedachten bij Lionel. Om 6.45uur belde ik Lionel op. Hij antwoordde (oef!!) en ik vroeg hem of hij zelf zijn vrouw zou verwittigen of dat ik dat zou doen. Maar dat laatste leek mij geen goed idee want dan zou ze zich zeker onnodig zorgen maken. Om 7.15uur belde ik Lionel terug op en hij had zijn vrouw reeds op de hoogte gebracht. Hij zei me dat ik de bus moest nemen want dat ik in Santiago toch niets kan doen... Maar daar was ik niet zo zeker van. Ik wilde hem niet zo maar achterlaten. Wat moest ik doen? Gaan of blijven?

 

Even later belde de vrouw van Lionel me en vertelde dat ze de gegevens van Lionel had gekregen. Ook zij zei dat ik moest gaan. Enerzijds omdat ik als ze hem overbrengen daar ook zou staan blinken. En anderzijds omdat Nelly mij meer nodig heeft thuis. Ik belde nog eens naar Lionel. Gelukkig was het met hem nu beter. Hij stuurde me terug naar huis.

 

Het gaf me een verschrikkelijk gevoel om die vriend waarmee ik twee maanden heb opgetrokken aan zijn lot over te (moeten) laten en naar huis te trekken. Ik bedankte de vrouw van de albergue overvloedig, pakte mijn rugzak weemoedig op en trok naar het busstation. Ik stapte het busstation in maar bleef constant denken aan Lionel. Heel even maakte ik nog een praatje met Jessy, de Canadese vrouw die daar op een bank zat te wachten. Ik wenste haar proficiat met haar 'camino'. We moesten toevallig dezelfde bus hebben tot in Burgos. Daar zouden onze wegen splitsen. Zij moest richting Londen, ik naar Utrecht. We namen afscheid en zochten elk onze bus.

 

Ik vond mijn bus en checkte bij het afgeven van mijn bagage of het inderdaad de bus naar Kortrijk was. "Si si," zei de chauffeur. Ook op de vooruit stond Utrecht dus ik zocht mijn plaatsje op de bus en bleef alleen met twee zetels. Ondertussen hoorde ik van Lionel dat de verzekering in orde zou komen en dat stelde mij een beetje gerust.

 

Ik zat om 10.10uur op de bus, een dag en een nacht lang. En het mag gezegd: 't waren gemakkelijke zetels. De volgende dag, het was al een heel eind klaar en er stond weer een film op (ik maar kijken!) en plots zag ik buiten uit mijn ooghoeken dat we de afrit Doornik voorbijreden. Ik snelde naar de twee bestuurders, twee Portugezen, en zei hen in het weinige Frans dat ik spreek dat ik in Kortrijk moest zijn. "Si si," klonken ze in koor. Ik verstond niet hoe ze van daar uit nog in Kortrijk zouden geraken.

 

Toen stopten we om te eten aan een benzinestation van Shell, net voor Saint-Ghislain. Ik stapte opnieuw naar de chauffeurs die zaten te eten en vroeg ze met handen en voeten hoe ze zouden rijden naar kortrijk. Hij nam zijn papieren en zei toen dat Kortrijk de laatste halte was en dat zij daar zouden slapen. In dezelfde adem viel hun euro. Ik zat op de verkeerde bus. 51 in plaats van 21. Deze bus ging via Brussel over Utrecht en nog meer plekken in Nederland in een grote lus via Gent naar Kortrijk om daar rond middernacht te arriveren. Maar dat zag ik niet zitten! Ik belde vlug een vriend uit Kortrijk en polste of hij mij kon ophalen. En dat kon hij gelukkig zodat ik rond 17.30uur veilig en wel thuis arriveerde bij vrouw en kinderen.   

  

  •  In het ziekenhuis en hoe ik thuis ben geraakt... (Lionel)

Eens in het zieken huis werd ik onderzocht van kop tot teen. Ik werd in de afdeling cardiologie gebracht waar ze allerhande onderzoeken uitgevoerd hebben.

Ze hebben mij een hele dag aan een hartmonitor gelegd en de werking van mijn hart de hele tijd gevolgd. Intussen moest er een regeling getroffen worden met mijn hospitalisatieverzekering. Ik telefoneerde regelmatig met mijn GSM terwijl ik daar lag. Het lastigste was de taal. De dokters en verpleegsters konden bijna niets anders dan Spaans. Als ze iets vroegen werd er een beetje Frans en een beetje Engels gesproken. Zo konden we elkaar een beetje verstaan. Ik hoorde hen zeggen dat er iets aan de aorta scheelde en dat ze het gingen opereren. Dat was serieus schrikken, maar veel vragen kon ik niet stellen aan dat personeel daar. Maar blijkbaar moet ik hen mis begrepen hebben of ging het niet over mij, want op een gegeven moment kwamen ze bij mij met papieren en ze zeiden dat er niets verkeerd was met mijn hart en dat ik het ziekenhuis kon verlaten. Oef! Dat was een hele opluchting. Ik vroeg aan hen in het Frans wat er dan wel was gebeurd en ze expliceerden me dat het een combinatie was geweest van de grote hitte en de inspanning van het wandelen. Het had alle symptomen van hyperventilatie, besloten ze.

 

In elk geval, 15 minuten later stond ik terug op straat met mijn rugzak. Het ziekenhuis lag een beetje buiten de stad. Ik keek of er ergens een taxi in de buurt was, maar zag niets. Dan maar te voet naar de stad, met mijn rugzak die nog altijd even zwaar woog. Terwijl ik op weg was ging mijn GSM af. Het was iemand van mijn verzekering voor wat inlichtingen. Ik antwoordde dat ik juist ontslagen was uit de kliniek en te voet op weg was naar de stad. De vrouw vroeg mij wat ik van plan was maar wat kon ik doen? 't was al 19.00uur. Ze raadde me aan om naar een hotel te gaan. Zij zouden tot 65€ terugbetalen in de hotelkosten. Ik zei: "En daarna, hoe geraak ik thuis? Met de euroline-bus zie ik het niet meer zitten hoor." Ze zou mij morgen terugbellen en een terugreis met het vliegtuig regelen.

 

In een hotel in de buurt heb ik dan maar een kamer geboekt en daar de nacht doorgebracht. Om 08.00uur de volgende dag werd ik opgebeld, met de mededeling dat ze een terugreis aan het regelen waren maar dat het een eindje kon duren voor ze me opnieuw zouden contacteren. Ik wachtte daar in dat hotel en om 12.15uur kreeg ik een verlossend telefoontje dat meldde dat ze het voor mekaar hadden gekregen. Eerst moest ik het vliegtuig nemen van Santiago naar Madrid en dan van Madrid naar Brussel. Daar zou er een taxi klaar staan om mij naar huis te brengen.

 

Alsof dat alles nog niet volstond, bleek mijn bagage bij mijn aankomst in Brussel spoorloos. Ik ben het toen gaan melden aan de bagagedienst die mij later zou verwittigen als mijn bagage terecht was. Gelukkig had Roland mijn fototoestel uit mijn bagage genomen en bij zich gehouden, anders was ik ook dat nog kwijt. Dank u daarvoor!!!! Om 01.30uur stond ik uiteindelijk met de taxi terug aan mijn huis. Eind goed, al goed. Dit was een heel lange dag geweest.

 

PS Met Kerstdag bagage nog altijd spoorloos.

 

Te voet naar Santiago gaan?

Geen probleem.

Maar terug thuis geraken...

dat is soms wat anders!

 

Lionel & Roland

 

 

 

Wandelkalender

<<  Augustus 2010  >>
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
        1
  2  3  4  5  6  7  8
  9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031     

Komende wandelingen